Inverde

Dossiers

Conference Euroforenet, Brussel 20-11-2007, een verslag

Euroforenet

Euroforenet staat voor European Forest Energy Network en de conference werd mede georganiseerd door de European Landowners Organisation ELO. Landelijk Vlaanderen is hier nauw mee verbonden en deze organisatie zit in de Raad van Bestuur van Inverde.

De missie van Euroforenet is om samenwerking te bevorderen tussen private en publieke instanties met als doel op lokaal niveau de efficiëntie te verhogen van de bos-hout-energie-toevoerlijnen in de Europese Unie. Het heeft alles te maken met energie-georiënteerd, duurzaam bosbeheer. Om dit te bereiken werkte Euroforenet een communicatiecampagne en een studieplatform uit.

Alle presentaties van deze conference staan op de volgende website :
http://www.euroforenet.eu/euroforenet-2/topicality-of-the-project/en/
Vooral de presentatie (Nr. 1 op de website) van de Tsjech Ladislav Miko, directeur van de DG Environment was bijzonder interessant. Hij is van achtergrond bodembioloog en zijn rechterhand is Joost Van de Velde, die tevoren bij Bos en Groen (nu Agentschap voor Natuur en Bos) gewerkt heeft.

Andere zeer interessante voorstellingen:

  • Presentatie Nr. 8 : SWOT-analyse door Davide Pettenella, van de Italiaanse universiteit van Padua
  • Nr. 9 : een getuigenis uit de praktijk door Mike Seville, een Engelse bosbouwer. Dit sloot volgens mij het best aan bij de Vlaamse situatie. In Oost-Engeland is er ook niet veel en versnipperd bos.
  • Nr. 14 : EU Biomass Action Plan van Kyriakos Maniatis van de DG Energy
  • Nr. 15 : use of wood for biofuel, een zeer marktgerichte analyse door Sten Nilsson, waarbij consequent logisch naar de toekomst gedacht wordt.


De huidige situatie van het Europese bos en de energiemarkt

In de Europese Unie van nu 27 landen is er 156 miljoen ha bos, 37% van de landoppervlakte. 59% hiervan is privé-eigendom met gemiddeld 5ha per eigenaar. De rest is van openbare eigenaars met gemiddeld 500ha.

Ongeveer 35% van de houtaangroei in de EU blijft ongebruikt. Dit percentage is de laatste jaren zelfs gestegen omdat het volume van de houtoogst min of meer gelijk blijft terwijl de aanwas geleidelijk stijgt. Dit heeft o.a. te maken met versnippering, recente bebossingen en spontane verbossing van door landbouw verlaten terreinen.

Over het algemeen zijn de verzamelde gegevens van de houtstroom naar energieopwekking zeer onbetrouwbaar. We hebben er amper een idee van hoeveel hout er in de onderscheiden landen echt als brandhout gebruikt wordt. Het aandeel van hout in de totale Europese primaire energieconsumptie wordt toch geschat op 3,2% in 2004, maar de elektriciteitsproductie uit hout groeit snel (+23,5% van 2003 naar 2004).

De voornaamste houtproducten voor energieproductie uit het bos zijn:

  • gewone stukken brandhout  op een lengte van één meter of  korter
  • chips of verhakseld houtmateriaal, gewoonlijk in het bos zelf geproduceerd
  • pellets of kleinere korrels bekomen door persen, duurder, maar zeer handig in geautomatiseerde verbrandingsinstallaties
  • briquettes en andere wedersamengestelde blokken voor verbranding

Soms was het moeilijk communiceren tussen de deelnemers, omdat er geen standaard is voor bvb. chips of pellets. Men kan dus niet zomaar vergelijken.

De verbrandingsinstallaties worden in drie grootteordes opgedeeld:

  • kleinschalig = minder dan 300kW (een gewoon woonhuis bij ons heeft ongeveer 20kW nodig): brandhout, chips of pellets
  • middenschaal = 300kW tot 1MW: vooral chips
  • grootschalig = meer dan 1 of 2 MW: chips, maar ook zagemeel en houtstof voor co-verbranding met steenkool

Per kW is ongeveer 2m³ hout nodig. Heel interessant is de warmte-kracht-koppeling: elektriciteitsproductie met tevens gebruik van het overschot aan warmte voor verwarming van huizen.

Tekenend was het voorbeeld van de naaldhoutprijzen in het zuiden van de Alpen. Deze zijn in reële prijzen (inflatie erin verrekend) ongeveer continu gedaald van 1955 tot 2005 (behalve tijdens de energiecrisissen van de jaren ’70). Voor fijnsparhout kwam dit neer op een prijsdaling van 82%. In 1955 kon men met de prijs van 1 m³ naaldhout 141 werkuren van een bosarbeider betalen, in 2005 was dit nog slecht 5,3 uur. Zo uitgedrukt kwam de prijsdaling van naaldhout neer op 96%.

Ook de prijzen van houtchips zijn de laatste jaren gedaald, maar de import van houtchips naar de EU is sterk gestegen door de grotere vraag.

De tewerkstelling door energieopwekking uit hout mag niet overschat worden. Als vuistregel wordt gesteld dat het gaat om 1 VTE per 1000m³/jaar. Als men de indirecte tewerkstelling erbij voegt komt men met wat goede wil op 1,5 à 2 VTE. Als we dan in Vlaanderen 1m³/ha energiehout extra uit onze bossen zouden halen komt dat neer op ten hoogste een 300-tal extra arbeidsplaatsen. Het gaat wel om lokale en duurzame tewerkstelling en plaatselijk in Europa kan het zeker verhelpen aan de plattelandsvlucht.

Er werd veel gepraat over RES (renewable energy sources) of hernieuwbare energiebronnen. Biomassa blijk in de praktijk ruim meer dan de helft uit te maken van de RES. Andere RES zijn zonneënergie, waterkracht, wind en geothermische energie. Biomassa wordt opgedeeld in biomassa uit afval (restafval van gezinnen, …), biogas (bvb. uit mest) en vaste biomassa. Deze laatste omvat brandhout, chips en pellets. Vaste biomassa is goed voor ruim meer dan de helft van het biomassatotaal gebruikt voor energie.

De biomassabijdrage aan de elektriciteitsproductie is verdubbeld van 1990 tot 2000 en opnieuw van 2000 tot 2005. Een volgende verdubbeling wordt verwacht van 2005 tot 2009. Naast elektriciteit haalt men uit biomassa ook rechtstreekse verwarming en allicht in toenemende mate ook brandstof voor transport.

De hoeveelheid CO2 die in de bosbodem geblokkeerd wordt is veel hoger dan wat er in gewone landbouwgrond wordt vastgelegd. Permanent grasland zit er ergens tussenin. Wanneer men hout voor electriciteitsopwekking gebruikt blijkt dit een hogere CO2 reductie in te houden dan wanneer men uit het hout biobrandstof voor voertuigen produceert.

Vanuit de FAO is WISDOM ontwikkeld (woodfuel integrated supply/demand overview mapping) om op het niveau van bvb. een land de vraag en het aanbod aan brandhout e.d. in kaart te brengen. Dit is zeer interessant want in sommige streken is er een grote vraag en weinig aanbod of net het omgekeerde. Bronnen van hout zijn : halfnatuurlijke bossen, energieplantages, hagen/kleine landschapselementen en residus uit de houtindustrie.

In Finland blijkt men nog 6,4% van de energie uit turf te halen, wat economisch interessanter is voor grote installaties dan chips. Hout is er goed voor 21% van de energiebehoefte. Ze oogsten 60% van de houtaanwas in bossen en hun doel is dit op te trekken tot 80%; waarbij de toename voor de helft naar energie en voor de helft naar de houtindustrie zou moeten gaan.

Wat brengt de toekomst ?

De Europese Unie heeft programma’s ontwikkeld zoals het Forest Action Plan en het Biomass Action Plan. Nu komt zo’n 7% van de energie uit RES (hernieuwbare energiebronnen); in 2010 zou dit 12% moeten worden en 20% tegen 2020. Dit laatste doel is gemakkelijk te onthouden en te communiceren.

Er is reeds veel en er zal nog meer competitie optreden om land tussen voedselproductie, houtindustrie, chemische industrie, verwarming/electriciteit en biobrandstoffen (voor transport). Deze competitie en recente lagere oogsten zijn de redenen voor verhoogde prijzen voor graan op wereldvlak en ook bij ons. De graanprijzen nemen de laatste paar jaar met tientallen percenten per jaar toe terwijl ze tevoren gedurende tientallen jaren niet gestegen waren. Uit bvb. maïs kan men immers ook biobrandstof maken (ethanol). Het is duidelijk een hele omwenteling in het Europese landbouwbeleid : allicht zal het gedaan zijn met de braakleggingen, omdat voedselschaarste natuurlijk ten allen prijze moet vermeden worden. Het hele landbouwsubsidiebeleid van de EU is dus aan herziening toe en tot voor enkele jaren was dit meer dan de helft van het totale EU-budget.

Het is belangrijk zich te realiseren welke gigantische oppervlaktes er kunnen nodig zijn om de nodige energie te produceren. Wanneer we bvb. alle fossiele brandstof en kernenergie zouden vervangen door biologische vastlegging van zonneënergie (fotosynthese en vervolgens energieopwekking uit de bekomen biomassa), dan zouden we 4000m² per persoon nodig hebben, of 0,4 ha. Misschien nog tekenender is de volgende berekening. Wanneer we 15% van de brandstofconsumptie van de 15 eerste leden van de EU zouden opvangen met biomassa, hebben we daarvoor een stuk land de oppervlakte van Polen nodig.

Een expert stelde dat uiteindelijk de brandstof voor transport opgewekt uit hout zal overheersen. Deze bioethanol zal overwegend in de tropen geproduceerd worden. Het komt er dan op aan onze verslaving aan petroleum niet te laten vervangen door een 'alcoholverslaving'.

Verschillende sprekers wezen erop dat het voor bosbeheerders veel interessanter is om warmte te verkopen dan hout. Men moet dan ook de verwarmingsinstallatie gaan uitbaten. Een correcte en betrouwbare levering van bvb. chips is hierbij essentieel. Hierbij blijken lokale 'middelgrote' verbrandingsinstallaties het meest rendabel (voor 4 tot 8 huizen).

Wat betreft de lokale bosbouw in Europa zijn er een aantal zaken die we kunnen doen:

  • meer oogsten (meer "velresidu’s" meenemen), die ruimte is er immers nog. Hierbij moet er ook rekening gehouden worden met natuurbehoudsoverwegingen. Een voldoende hoeveelheid dood hout moet in het bos blijven. Een Engelse deelnemer zei dat men in het Verenigd Koninkrijk nu streeft naar 5% dood hout. In de bosbeheervisie voor Vlaanderen is dat nu 4% en we halen dat voorlopig niet.
  • meer dunningen. Heel wat dunningen worden plots rendabel, ook bij minderwaardige en jonge bomen, kleine percelen, moeilijk terrein. Er werd op gewezen dat actueel onbeheerd bos echt wel onbeheerd is omwille van welbepaalde redenen en dat we deze problemen niet moeten onderschatten.
  • herwaardering van hakhout en middelhout. Hier werd gesteld dat energieproductie en natuurbehoudswaarden samen kunnen bereikt worden.
  • klassieke bebossingen. Deze zullen echter nog niets opbrengen tegen 2020.
  • houtenergieteelt met korte rotaties. Dit is echter een directe concurrent voor landbouwland, waarop ook andere energieteelten kunnen gezet worden. We mogen niet dezelfde fouten maken als de landbouw en alles willen omzetten naar zeer intensieve energieteelten.

Meer energie uit het bestaande bos halen heeft duidelijke voordelen:

  • Er is geen grote nieuwe infrastructuur nodig en het is zeer goed voor de lokale tewerkstelling.
  • Geen competitie om land met landbouw
  • Minder transformatie van nu extensief gebruikte gronden in gespecialiseerde energieteelten
  • Preventie van zware bosbranden door het open houden van de bestanden. In Zuid-Europa is dit de eerste bezorgdheid gezien de problemen van de laatste jaren en de recente rampen in Californië.

Het is duidelijk dat hier een beleid moet aan gekoppeld worden gericht op biodiversiteit en milieu. Het oogsten van stronken is bvb. uit den boze. Bosbrandbestrijding in Zuid-Europa en herwaardering van het klassieke hakhout en meer rendabele dunningen bij ons zijn echter voorbeelden van win-win-situaties tussen duurzaam bosbeheer en meer energieproductie uit het bos. Hierbij is het belangrijk te beseffen dat we bij ons slechts ten hoogste enkele m³ (1 à 3m³) per jaar per ha meer uit onze bossen (en natuurgebieden) kunnen halen zonder zowel de houtindustrie als de ecosystemen op langere termijn te beschadigen.

Willy Verbeke, 7 december 2007

Ben je geïnteresseerd in dit thema? Wil je meer weten over dit onderwerp? Inverde organiseert in 2008 op verschillende plaatsen een cursusdag 'Verwarmen met hout'. Klik hier voor meer informatie.  


AANDACHT: De internet-browser die u gebruikt, voldoet niet aan de huidige internet-normen.
Daarom krijgt u deze sterk vereenvoudigde versie van de website te zien.

Site ontwikkeling door Quixpace bvba.