Amsterdam
5 maart 2009
Frans De Wit van Tree Ground Solutions opende de dag met een situering van het probleem: verstedelijking en verstening. Doordat ‘grijze’ infrastructuur steeds meer ruimte inneemt, komt de doorwortelbare ruimte voor bomen in de stad in het gedrang. Er volgde een overzicht van de ontstaansgeschiedenis van de verschillende technische oplossingen van TGS om bomengroei en infrastructuur te combineren.
De eerste proefprojecten voor ondergrondse groeiplaatsconstructies vonden plaats in Apeldoorn, met kunststof kratten voor waterinfiltratie en –berging. De kratten leverden de draagkracht voor de verharding en de boom kon wortelen in de bomengrond waarmee de kratten gevuld werden. Na vier jaar bleek de bomengroei merkelijk beter te zijn dan in de klassieke situatie en de boomwortels bleken zonder beschadiging doorheen de constructie te groeien. Het systeem bleek wel onvoldoende sterk voor de verkeersbelasting. Uiteindelijk is hieruit de Permavoid constructie ontwikkeld, die hoog in het maaiveld (met een minimale dekking) kan gebruikt worden voor lichte belastingen, voet- en fietspaden en parkeervakken.
In een volgende fase werden testen uitgevoerd met constructies voor zwaar belaste verhardingen in Amsterdam. Hier werden de kunststof kratten vervangen door betonnen prefabelementen, die een veel zwaardere belasting aankunnen. Deze testen leidden tot de Tree Box HP, de constructie die nu ook in de Rijnstraat in Amsterdam word gebruikt (de werf die in de namiddag bezocht werd). In deze constructie kunnen bomen wortelen in een quasi-natuurlijke situatie: onverdichte grond met een goede water- en zuurstofhuishouding.
Frans sloot zijn betoog af met een oproep tot meer samenwerking tussen de ‘grijze’ en de ‘groene’ beheerders van de openbare ruimte. Zo kan de ‘geconstrueerde’ ondergrondse groeiruimte voor bomen ondermeer een rol spelen in de waterberging en –infiltratie, waardoor de boom automatisch voldoende water krijgt. Door de afkoppeling van het regenwater van het rioleringsnetwerk, zal de nood aan dergelijke infiltratieplekken in de verstedelijkte omgeving sterk stijgen.
Roy Van Gelder, projectleider van het stasdeel Zuidamstel, lichtte het project Rijnstraat toe dat wij bezochten tijdens deze studiereis. De Rijnstraat is in feite de entrée van Amsterdam voor wie van de stad vanaf de A2 binnenrijdt. De Rijnstraat is ongeveer een kilometer lang. Uit archiefbeelden blijkt dat in het begin van de 20ste eeuw geen bomen te zien waren in de Rijnstraat. Op foto’s uit de jaren ’60 zijn sommige van de oudste iepen al te zien als jonge bomen. Vandaag is de Rijnstraat een drukke verkeersas mét tram waarbij de brede voetpaden ingepalmd worden door de handelszaken aan weerszijden van de weg, door fietsen, ondergrondse afvalbakken, enz. De ruimte voor de bomen is zeer beperkt en door wortelopdruk laat de kwaliteit van voet- en fietspaden te wensen over.
Bij de heraanleg van de Rijnstraat moesten al de aanwezige functies behouden en geharmoniseerd worden én moesten de bomen opnieuw geplant worden. Door het intensieve gebruik van de ondergrondse ruimte was de toepassing van ondergrondse groeiplaatsconstructies onvermijdelijk. In een eerste fase wordt een kwart van de Rijnstraat heraangelegd, de ene zijde in 2008 en de tweede zijde begin 2009. De grootste Tree Box die aangelegd werd, is 125m lang en 3.2 meter breed en biedt plaats aan 7 bomen. Er is gekozen voor een ‘meegroei’-boomrooster, zodat het plantgat optimaal afgeschermd is voor zwerfvuil, maar toch de boom niet hindert in zijn diktegroei. Aan de ene zijde van de weg is de constructie volledig ingevuld met bomengrond, maar door de hoge grondwatertafel is er bij de aanleg van de tweede wegkant voor gekozen om eerst 50cm aan te vullen met verdicht aanvulzand. Dit om te vermijden dat het organische materiaal in de bomengrond gaat rotten door de anaerobe omstandigheden onder de grondwatertafel. Het gevolg is wel dat de doorwortelbare ruimte voor de bomen gehalveerd wordt.
Herman Steinvoorte van het Ingenieursbureau Amsterdam (IBA), een dienst van het stadsbestuur van Amsterdam, schetste een beeld van hoe bomen een plaats krijgen in het beleid van de stad Amsterdam. Het streefdoel van het stadsbestuur is het behoud van het typische grachtenbeeld met bomen. Om dit te bereiken worden verschillende pistes bewandeld, gaande van ontwerpwijzigingen, het vergroten van de boomspiegels of gronduitwisseling tot het gebruik van ondergrondse groeiplaatsconstructies.
Wat de zwaarste klasse van ondergrondse groeiplaatsconstructies betreft, heeft IBA een proef opgezet waarbij in een bestek bepaald werd waaraan de groeiplaatsconstructie moest voldoen (draagkracht, volume, …). Drie firma’s hebben uiteindelijk meegewerkt met de proef: Giverbo, Waterblock en TGS. Hoewel de aanpak sterk verschilde, gaven alle drie de systemen bevredigende resultaten. Sinds deze proef hebben ondergrondse groeiplaatsconstructies een plaats gekregen in het bomenbeleid van de stad Amsterdam.
IBA werkt momenteel aan de verdere ontwikkeling van deze systemen, bijvoorbeeld door de vrije ruimte tussen het oorspronkelijke maaiveld (de verharding) en het gecreêerde tweede maaiveld waar de bomen groeien op te vullen met bomenzand. Zo vermijd je dat zwerfvuil zich opstapelt in deze vrije ruimte van een 40-tal cm. Ook kaaimuren met ingebouwde groeiplaatsconstructies behoren tot de mogelijkheden.
Het was voor ons opmerkelijk hoezeer de bomen in Amsterdam al van bij de start van het project als volwaardige 'elementen' van de openbare ruimte gezien worden. Door de nodige ruimte en investeringen te voorzien voor bomen is de kwaliteit van het Amsterdamse bomenbestand gemiddeld (veel) beter dan die van onze bomen in de openbare ruimte.
Na de lunch ging de reis naar de Rijnstraat, waar alle verschillende fases van toepassing van de Tree Box op zeer korte afstand voorkwamen: van de lege Tree Box over het vullen met bomengrond en het afdekken met platen tot het afgewerkte straatprofiel met de geplante bomen. Door de grote groep, de smalle langgerekte werf en het drukke verkeer was er jammer genoeg geen geleid werfbezoek. Maar iedereen die met vragen zat, vond wel een luisterend oor bij iemand van TGS, Stad Amsterdam of de aannemer die bezig was met de installatie. Door dit systeem op het terrein te zien, kwamen ineens heel veel vragen naar boven over de grootte van het plantgat, het gebruik van geotextiel, krachtenopbouw in de afdekplaats; etc. Deze discussie hier voeren zou ons jammer genoeg te ver leiden, maar neem gerust contact op als je nog met vragen zit.
Klik hier voor wat foto's.