Â
Studiedag Natuur- en terreinbeheer door begrazing met schapen
Het praktijkcentrum Kleine herkauwers en de afdeling Duurzame landbouw organiseerden vier identieke studiedagen over het thema natuur- en terreinbeheer door begrazing met schapen. Het interessante aan deze studiedag is dat deze thematiek belicht wordt vanuit het standpunt van de schapenkwekers en de natuursector.
In het eerste gedeelte werd ingegaan op relevante nieuwe regelgeving. Daarna werd gefocust op de verwachtingen van het natuurbehoud. Vervolgens werden een aantal knelpunten aangehaald zoals de voedingswaarde van gewassen en specifieke problemen met schapenbegrazing in natuurterreinen. Tenslotte werd een excursie aangeboden bij een lokale schapenhouder.
1° Specifieke regelgeving
Dr. Lic. Bertels Guido van Dierengezondheidszorg Vlaanderen gaf een overzicht van de wetgeving voor schapenbegrazing.
A) Identificatie
Schapen moeten identificeerbaar zijn. Elk schaap geboren na 9 juni 2005 moet een dubbel zalmkleurig oormerk dragen. Een schaap van voor deze datum mag nog het oude enkele oormerk dragen. De nieuwe oormerken moeten geplaatst worden bij het spenen, ten laatste op zes maand en voor elk vervoer buiten het beslag. Voor lammeren die naar het slachthuis gevoerd worden volstaat het blauwe beslagoormerk in één oor. Natuurlijk mag je een beslagoormerk vervangen door een dubbel zalmkleurig oormerk. Indien het schaap een oormerk verliest kan je een nieuw oormerk bijbestellen en intussen mag je het beslagoormerk gebruiken. Verlies je een beslagoormerk, dan neem je gewoon het volgende uit de voorraad. Als je een oormerk van voor 10 juni 2005 verliest kan een oormerk nemen uit de oude voorraad, twee nieuwe zalmkleurige oormerken of een bestellen met het oude nummer. Als beide oormerken zoekgeraakt zijn moet je DGZ verwittigen en hun instructies opvolgen. Intussen moet het dier op stal staan.
 B) Registratie
Als schapenhouder moet je, je ook registreren. Je bent schapenhouder als je langer dan één maand een schaap houdt. Je moet je dan aanmelden bij Sanitel. Je moet ook een register bijhouden van dieren die toegevoegd en verwijderd worden aan je beslag. Dit binnen de drie dagen. Als je dieren verplaatst naar een eigen weide of naar terreinen (dus ook natuurterreinen), moet je die verplaatsingen niet invullen. Dit komt omdat er geen nieuwe dieren bijkomen of andere weggaan.
Â
C) Verplaatsingsdocument
Het verplaatsingsdocument is verplicht voor verplaatsingen naar een ander beslag, slachthuis,… Voor verplaatsingen naar natuurterreinen moet dit niet ingevuld worden. Dit wordt beschouwd als bedrijfsgebonden verplaatsingen.
Indien je een natuurterrein met verschillende houders samen beweid moet een verplaatsingsdocument ingevuld worden, want je brengt dieren van het ene beslag naar het andere. Je spreekt dan af wie de verantwoordelijke is. Als je na elkaar beweidt is dit niet nodig want de beslagen worden niet gemengd.
D) Vervoer
Voor het vervoer van kleine herkauwers moet het vervoermiddel geschikt zijn voor dierenvervoer. Dit houdt in dat er ventilatie, een dak, loopplank,… moet zijn. De dieren moeten kunnen liggen en rechtstaan. Ze mogen niet gebonden worden aan horens of poten en twee weken voor en één week na het lammeren mag het niet vervoerd worden. Rammen en ooien mogen ook niet samen vervoerd worden en gemiddeld rekent met voor een dier groter dan 55kg ongeveer een halve m². Voor bedrijfseigen en beperkt commercieel vervoer (eigen dieren, eigen vervoermiddel, een enkel traject naar bijv slachthuis, binnen de 50km) moet het voertuig niet gekeurd zijn en moet de vervoeder niet vergund zijn. Voor alle andere vervoer heb je een vergunning en getuigschrift nodig. Reinigen en ontsmetten is nodig bij verzamelcentra indien je laad of lost en indien je naar het slachthuis rijd voordat het leeg voertuig vertrekt. Dit is niet nodig voor eigen vervoer of eigen commercieel vervoer.
E) Toeslagrechten en premies
De toeslagrechten worden berekend per houder in functie van het aantal ooipremies en gronden. Per hectare wordt één toeslagrecht geactiveerd. Dit geldt ook voor natuurterreinen als ze begraasbaar zijn. Beweiden op verschillende tijdstippen is mogelijk met een inscharingscontract of overeenkomst. De grond komt enkel in aanmerking als toeslagrecht als het in gebruik is op 15 juni van dat jaar. Natuurlijk moet je ook in orde zijn met alle andere regelgevingen zoals identificatie om in aanmerking te komen voor toeslagrechten. Een inscharingscontract heeft geen gevolgen voor de mestbank. Enkel de begraasde delen kunnen ingebracht worden.
Naast de toeslagrechten voorziet de Vlaamse overheid een subsidie voor instandhouding van zeldzame rassen. Je moet ingeschreven zijn in het stamboek levend erfgoed en vijf jaar lid blijven. Je krijgt dan een subsidie voor volgende rassen: Ardense voskop, Entre-Sambre-Et-Meuse, Houtlander, Kempens schaap, Lakens schaap, Mergellander, Vlaams kuddeschaap en Vlaams schaap.
                        Â
2° Begrazing van natuurterreinen: verwachtingen van het natuurbehoud
Geert De Blust van het Inbo gaf een uiteenzetting over de verwachtingen van het natuurbehoud over begrazing in natuurterreinen.
A) Doelen van het natuurbehoud
Allereerst schetste Geert De blust de algemene doelen van het natuurbehoud om dan te differentiëren tot schapenbegrazing. De algemene doelen van het natuurbehoud zijn het beschermen van planten en dieren en daarvoor geschikte milieu- en ruimtelijke condities verzekeren. Dit doet men door reservaten in te stellen en beschermde soorten aan te duiden. In de reservaten is dan een aangepast beheer nodig. Als er geen beheer aanwezig is in een reservaat het zal evolueren tot bos. Via het beheer proberen we in een successiestadium (gaande van naakte bodem tot bos) de condities optimaal te houden. In onze omstandigheden stijgt de productiviteit met als gevolg dat de soortenrijkdom daalt. Enkele soorten domineren al de andere. Dit proberen we te voorkomen met het beheer. Een van die middelen is schapenbegrazing, naast maaien, plaggen, branden,…
B) Schapenbegrazing en natuurbehoud
De doelen via schapenbegrazing zijn het behouden of vergroten van de structuurvariatie, verschralen en behouden of vergroten van de soortenrijkdom. De uitgangsituatie is alvast heel belangrijk. De situatie is anders als je start met een goed ontwikkelde natuurlijke vegetatie of van een agrarische structuur. Via schapenbegrazing kan men inspelen op die doelen en dit doe je door de intensiteit van het aantal schapen te veranderen, het tijdstip en duur van begrazing aan te passen en de wijze van begrazing aan te passen. Men kan het meeste sturen met een herder, dan met verplaatsbare rasters, dan met vaste rasters. De herder is het meest ideale scenario, maar is ook het duurst.
C) Resultaten
De resultaten zijn geregeld fraai: de heide blijft bijvoorbeeld in stand en de boomopslag wordt verhinderd. Daarnaast leidt soms geringe stuurbaarheid naar ongewenste effecten. Pijpestrootje kent dan bijvoorbeeld een verhoogde zaadvorming door begrazing.
Daarnaast moeten de beheerdoelen op voorhand duidelijk zijn in het beheerplan. Men moet hierbij ook rekening houden met de behoeften van de dieren in de verschillende fasen zoals dracht, lactatie,… Indien de behoeften jaarrond niet voldaan zijn moet men denken waar de schapen naartoe moeten in de winter, of men moet bijvoederen,… Een bijkomend probleem is dat Vlaanderen versnipperd is en dat dieren dikwijls verplaatst moeten worden. Meer dan 70 percent van de begraasbare oppervlakte in Oost-Vlaanderen in natuurgebieden is tussen de 0 en 1 hectare groot.
E) Conclusie
Enkel via samenwerking is er over grote oppervlakte te begrazen. Daarvoor is een gezamenlijk begrazingsplan nodig met meerdere partners. Er moeten goede afspraken gemaakt worden over de doelen en de perioden van beweiding en begrazing. Knelpunten zoals winteropvang en bijvoederen moeten op voorhand uitgeklaard worden. En het aantal dieren moet flexibel vastgelegd worden zodat men kan bijsturen.
3° Voedingswaarde in functie van Natuurgebieden:
Bert Driessen van het Zoötechnisch Instituut van de KU Leuven gaf een uiteenzetting over de voedingswaarde in functie van begrazingsgebieden. Doorgaans werden schapen gekweekt op rijke landbouwgronden met jong en eiwitrijk gras. Het doel was dan een goede conditie van de schapen te bereiken zodat er voldoende economische rendement was (groei, vlees, wol, fertiliteit). In natuurgebieden daarentegen hebben we een extensieve begrazing (weinig dieren per hectare) ten opzichte van landbouwgronden met een intensieve begrazing (veel dieren per oppervlakte). Het doel in natuurgebieden zijn daarentegen ook ecologische doelstellingen en geen economische.
A) Voedingswaarde
We weten dat de voedingswaarde lager is in natuurgebieden dan in landbouwgebieden. Er zijn ook meer uitgesproken verschillen tussen de dieren. Dit heeft als gevolg dat de economische waarde daalt. Ook zijn de begrazingsfactoren anders (dier moet bijvoorbeeld ver lopen voor water). We moeten proberen een voorspelling te maken van de nutriëntenopname via de beschikbare vegetatie en de beïnvloedende begrazingsfactoren.
B) Begrazingsfactoren
Bert Driessen stelt dat het weer een belangrijke factor is. Goed weer betekent een goede groei. Daarnaast is de voorgeschiedenis van het gebied ook belangrijk. Dit werd besproken in de vorige presentatie. Een derde belangrijke factor zijn de energiewaarden van de planten (Prache et al., 2006). Hiervan bestaat enkel een praktisch voorbeeld van grassen en heide (Van Istendael et al., 1990).
Struikheide is voor schapen onvoldoende. Dit moet aangevuld worden met bijvoorbeeld Bochtige smele. Struikheide levert voldoende Na en Mg, maar Ca en P zijn onvoldoende. Mineralen moeten bijgevoederd worden. Pijpestrootje is mogelijk van begin juni tot eind oktober. Andere periodes moet er ook bijgevoederd worden.
Naast de vegetatieve factoren zijn er ook dierlijke factoren van tel. Een schaap heeft een dagritme. In de voormiddag eet een schaap klaver en kruiden, in de namiddag gras. Een schaap heeft ook een goed ruimtelijk geheugen. De sociale rangorde speelt ook een rol. Dominante schapen krijgen de “beste brokjes�. Een schaap zal ook selecteren op smaak. Men meent dat de leeftijd van het schaap geen factor is. Als beheerder en schapenhouder moet je met deze factoren rekening houden. Je kan de dieren laten rondtrekken, aangepaste dieren gebruiken, bijvoederen, rekening houden met de lammerperiode,…
C) Gevolgen van landschapsbegrazing:
Bij nieuwe gronden moet je als houder:
- De conditie van je schapen opvolgen via een conditiescore of ze wegen. Indien nodig moet je ze bijvoederen.
- Je moet rekening houden dat je productie omlaag gaat. Daar staat wel tegenover dat je minder onkosten zal hebben (minder voederkosten, stockagekosten,…). Een goede planning is wenselijk.
-Â Indien nodig moet het management aangepast worden. Dit is niet altijd evident.
Enkele mogelijkheden om die problemen op te vangen zijn:
-Â Ramlammeren in een kleine stal plaatsen
-Â Heideschapen en vleesschapen kruisen
-Â Ooien bijvoederen op stal en overdag laten grazen
-Â Contracten voor bepaalde periodes
-Â Bijkomende compensatie door vergoeding van de dienstverlening
D) Conclusies
Er moeten meer initiatieven van de overheid komen om de houders te ondersteunen. Het ideale scenario is een combinatie van begrazing van landbouwgrond en natuurterreinen. Er moet een doordachte studie van kosten en baten gebeuren, met eventueel bijkomende ondersteuning. Bert Driessen pleitte ook voor meer fundamenteel en praktijkgericht onderzoek omdat nu te vaak in het ijle wordt gewerkt.
4° Praktijkervaringen natuur en terreinbeheer door begrazing met schapen.
Het agentschap voor duurzame landbouwontwikkeling lichtte daarna enkele praktijkervaringen toe van schapenhouders. De schapenhouder ervaart enkele knelpunten. Allereerst is het toezicht een probleem. De meeste terreinen zijn groot en de schapenhouder kan moeilijk toezicht houden. Een tweede knelpunt is de schapenconditie en voeding. De marktwaarde daalt door een lager gewicht en vetlaag. Dit moet je als schapenhouder opvolgen en eventueel bijvoederen. Als schapenhouder moet je het juist ras gebruiken en rekening houden met de ooiperioden. Hou er ook rekening mee dat schapen eerst het jonge gras eten en dat ze volgroeid gras laten staan. Als er verschillende begrazingsregimes gevraagd worden kan dat een probleem zijn. Indien mogelijk is het herderen de beste oplossing. In Nederland hebben ze berekend dat op jaarbasis alleen een herder in natuurgebieden tussen 30.000 en 35.000 euro kost.
De schapenhouders ervaren ook knelpunten bij de natuursector. Zij zijn gebonden aan het beheerplan, wat niet altijd correspondeert met de schapennoden. Schapen hebben ook nood aan vers water (1700 liter per jaar) en dat moet beschikbaar zijn. Schapen drinken niet uit een poel. De natuursector kan ook eisen stellen aan de afsluitingen. Dit kan een probleem zijn voor de schapenhouders. De natuursector moet er zich ook van bewust zijn dat een schaap een eigen gedrag heeft en dat schapen slapen op eenzelfde plaats met mestdepositie tot gevolg. Schapen maken ook gangen maken, grazen selectief en zijn geen olifanten. Indien het bos reeds opgeschoten is volstaan geen schapen.
Een knelpunt dat beide sectoren ervaren is het toerisme. Bezoekers zijn niet tevreden als ze geen schaap gezien hebben. Een mank schaap, schaap met wolverlies, een mager schaap kan een verontruste telefoon opleveren naar beheerder of houder. Het welzijn van de dieren moet gegarandeerd worden zoals, schuilplaatsen, conditie, rust,… Een hond kan hiervoor een probleem opleveren. Van vossen zijn nog geen gevallen bekend.
Als conclusie kunnen we stellen dat goede afspraken en vertrouwen een win-win situatie oplevert voor natuur en landbouw.
Na de uiteenzettingen volgde een excursie naar de boerderij van pronatura. Pronatura is een sociaal tewerkstellingsinitiatief naar openbare besturen toe om beheerswerken uit te voeren. Een van hun middelen is schapenbegrazing. Meer info kan je hierover vinden pronatura.be
5°) Nuttige links:
www.dgz.be: Sanitel identificatie
www2.vlaanderen.be/ned/sites/landbouw: toeslagrechten
www.vlm.be: mestbank
www.sle.be: subsidie zeldzame rassen
www.inbo.be: instistuut voor natuur- en bosonderzoek
Â
Joeri Vanbelle
Inverde vzw
www.inverde.be
Joeri.vanbelle@lne.vlaanderen.be