Jaarlijks organiseren het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO), het Agentschap voor Natuur en Bos (ANB) en Inverde een studiedag voor terreinbeheerders. Op donderdag 26 november 2009 kwamen weer heel wat terreinbeheerders samen in De Helix in Grimminge.
Dit jaar was het thema bosvorming met begrazing. In de voormiddag kregen we een theoretische inleiding. Dit via 3 zeer interessante voordrachten. Na deze voordrachten werd de theorie toegepast in een oefening.
De eerste voordracht was van Jan Van Uytvanck van het INBO. Jan had het over de rol van grote grazers in bosontwikkeling op voormalige landbouwgronden. Dit is het onderwerp van zijn recent verschenen doctoraat. Heel wat natuur- en bosgebieden werden vroeger begraasd, met als resultaat een bosweide. Voorbeelden hiervan vinden we nog in Zweden, Duitsland, Frankrijk en Engeland.
Wat leren we uit deze voorbeelden en het onderzoek van Jan? Eerst en vooral dat er boven een bepaalde graasdruk geen bosvorming mogelijk is. Op akkers mogen er niet meer dan 180 graasdagen per hectare per jaar zijn en op graslanden niet meer dan 125 (1 graasdag = graasdruk van 1 volwassen rund of paard op 1 dag). Ook safe sites zijn belangrijk, dit zijn plekjes met veel stekelige of onsmakelijk soorten waar de grazers minder komen. Daarnaast zijn ook time gaps zeer nuttig voor bosvorming. Dit zijn periodes (vb. 2 jaar) zonder begrazing in een bepaald gebied. Men kan dit vergelijken met het natuurlijke gedrag van wegtrekken, alleen zal bij ons de beheerder de dieren moeten weghalen.
Mits het juist sturen van graasbeheer is het dus mogelijk een gevarieerd bosweidelandschap te krijgen.
de presentatie van Jan kan je hier downloaden (10 Mb)
De tweede spreker was Marc Leten van het ANB. Marc gaf ons inzicht in het begrazingsproject van de Westhoek. In het huidige beheer spelen grazers een belangrijke rol. Maar extensieve begrazing alleen is niet voldoende om de Westhoek goed te beheren.
Dankzij een goede monitoring kan men besluiten dat de plantensoortenrijkdom het hoogst is bij een beheer van begrazing in combinatie met ontstruweling. Maaibeheer geeft minder soorten, maar is beter voor kwetsbare soorten. Zeker in duinvalleien geeft dit goede resultaten. Voor droge graslanden is maaibeheer geen oplossing.
Verder leren we dat de Hooglandrunderen goed werk leveren bij het open maken van struweel, maar dat zij de poelen sterk vermesten. De mest van de grazers heeft ook wel positieve effecten. We krijgen een herverdeling van nutriënten in het gebied en heel wat soorten leven van mest (indien hierin geen biociden zitten). Een belangrijk pluspunt van grazers is de verspreiding van zaden. De populatie van een plantensoort moet wel voldoende groot zijn, zodat er voldoende zaad is om te verspreiden. Dit werd mooi aangetoond via een verspreidingskaartje van Geel zonneroosje.
Enkele belangrijke conclusies volgens Marc zijn:
de presentatie van Marc kan je hier downloaden (31 Mb)
De derde spreker, Jo Van Gils van het ANB, legde duidelijk uit wat er allemaal praktisch nodig is voor een goed begrazingsproject. Eerst moet je de keuze maken of je al dan niet met eigen dieren werkt. Wanneer je voor seizoensbegrazing kiest is dit moeilijk, je werkt dan best met kuddes van derden. Deze derden hebben natuurlijk liefst graslanden met een hoge productiviteit en hoge voedingswaarde. Ook voor zeer kleine percelen die versnipperd liggen kan men best derden zoeken.
Enkele tips van Jo voor een goed graasbeheer zijn:
de presentatie van Jo kan je hier downloaden (3 Mb)
Na deze 3 voordrachten was het tijd om zelf de handen uit de mouwen te steken. In groepjes werd een oefening over een begrazingsproject uitgewerkt. Het gebied dat we in de oefening bekeken was het Moenebroek.




alle info van de oefening kan je hier downloaden (22Mb, zip-file)
In de namiddag bezochten we het Moenebroek, een gebied van Natuurpunt.
Jan van Uytvanck (INBO) en Carlos D'Haeseleer (Natuurpunt) lieten ons voorbeelden zien van bosvorming onder begrazing.
Als afsluiter was er nog een gezellige receptie.



