Inverde

Dossiers

Struweelbeheer, hoe aanpakken?

Vraag: Struweelvegetaties (in holle wegen) zijn vaak prachtig met bloeiende meidoorn en sleedoorn. Maar als ze niet worden onderhouden worden ze te breed en kunnen het verkeer hinderen. Bovendien merken we dat sommige struwelen in sneltempo verbossen. Maar hoe pak je zoiets best aan?

Om struweel te beheren lijkt me een omlooptijd van 12 jaar als richtlijn prima, maar het mag ook wat minder bvb. 9 jaar of zelfs 6 jaar (maar dat zie ik wel echt als een soort grens). Het hoeft ook niet overal hetzelfde te zijn en je spreekt dan van 6 jaar voor bramen, maar ik denk dat ook andere explosieve soorten van een zeer korte omloop kunnen profiteren, bvb rozen of Wilde kardinaalsmuts.

sleedoorn Voor Sleedoorn denk ik aan de iets langere omloopstijden (10 à 16 jaar), waarbij het eigenlijk vooral belangrijk is dat de struiken niet overgroeid raken met bvb. esdoorns. Hiervoor kan het misschien volstaan om op een bepaalde "hakhoutomloop" gewoon een teveel aan bvb. esdoorns te verwijderen ten voordele van Sleedoorn en bvb. overstaande oude eiken. Het betreft dan eerder een soort "zuivering" in plaats van een reguliere hakhout- of middelhoutkap. Dergelijke dingen zullen we moeten leren met vallen en opstaan. Hoe vaak komt welke situatie voor? En hoe reageren dergelijke vegetaties in onze streek gewoonlijk op welbepaalde beheersingrepen? Er is veel dat we nog niet weten. Wel weet ik dat Sleedoorns eens ze volop vruchten beginnen te dragen in feite niet zo snel meer groeien (relatief gezien natuurlijk). Voor de zeldzame vlinder Sleedoornpage, die zijn eitjes in de herfst op jonge takken legt, moeten we natuurlijk onze ingrepen gefaseerd uitvoeren (zie voetnoot).

De ontwikkelingsduur van struweel uit een grazige situatie kan zeer uiteenlopen:

  • kruidachtige, ruige vegetaties kunnen zeer lang standhouden tegen oprukkende houtachtigen. Denk maar aan sommige grassen (Duinstruisriet, Pijpestrootje, ...) Adelaarsvaren of andere hoge kruiden (bvb. Grote brandnetel, Leverkruid, Bijvoet, ...). Ze kunnen tientallen jaren blijven domineren, waarbij we ervan uitgaan dat er uiteindelijk wel terug bomen of struiken komen. Het toeval speelt hier sterk mee (konijnenvraat, brand, betreding, ziektes) om de situatie te deblokkeren en te doen omslaan.
  • Grazige vegetaties kunnen ook direct naar bos evolueren: bvb. massale verjonging van berk na een brand.
  • Ook zonder brand kan het soms snel gaan, afhankelijk van de soorten kruidachtigen en de aanwezige boomsoorten

Het moment van de vestiging van een nieuwe generatie bomen of struiken is cruciaal, en als dat allicht Gewone esdoorn en Amerikaanse eik zal zijn zoals in het beschreven geval, én je wil dat niet, dan lijkt het mij voor de hand liggend om kunstgrepen uit te halen om iets anders zich te laten vestigen. Het meest voor de hand liggend is dan om met vrij groot plantsoen (1 m of iets meer) een vrij dichte (<2m uit elkaar) beplanting uit te voeren. Dit moet kunnen met autochtoon lokaal plantsoen , een goede boomkweker moet je daar aan kunnen helpen; Aangewezen soorten lijken mij Sleedoorn, Eenstijlige meidoorn, Hondsroos, Rode kornoelje en eventueel Zomereik. Je kan je ook gerust beperken tot een paar soorten in één aanplant op één bepaalde plek. Het zal waarschijnlijk noodzakelijk zijn om de jonge struiken het eerste jaar of de eerste paar jaar vrij te stellen, maar daarna ben je voor langere tijd gerust.

De Sleedoornpage is een bedreigd dagvlindertje in Vlaanderen, dat veel te lijden heeft van het verdwijnen van sleedoornhagen (de voedselplanten van de rupsen) in het landschap. Om dit vlindertje gericht te beschermen is veel kennis nodig, maar helaas is het moeilijk waar te nemen door zijn verborgen levenswijze. Een eenvoudigere manier om de aanwezigheid van de Sleedoornpage vast te stellen is het zoeken naar de eitjes op de takken van sleedoorn. Deze kleine witte eitjes lijken wel wat op een mini-golfballetje.

Een geschikt natuurbeheer moet ervoor zorgen dat er voldoende Sleedoornhagen en ­struwelen behouden blijven op de plaats waar de Sleedoornpage te vinden is. Hiernaast moeten er ook opvallende bomen aanwezig zijn, die fungeren als ontmoetingsplaats. Dit kan enerzijds gebeuren door het juist en op het gepaste tijdstip snoeien van de Sleedoorns (eind juli, omdat de poppen zich dan op de bodem bevinden) en anderzijds door het aanplanten van nieuwe Sleedoornhagen, die al dan niet bestaande hagen met elkaar verbinden. Deze nieuwe hagen moeten wel in de onmiddellijke omgeving van bestaande vliegplaatsen gelegen zijn omdat de Sleedoornpage geen al te grote afstanden overbrugt. Indien er toch in de winter gesnoeid moet worden, kan dat best gefaseerd gebeuren (om de 5 jaar) om niet alle eitjes te verwijderen. Het niet meer snoeien van Sleedoornhagen leidt op termijn tot veroudering van de struiken waardoor de kwaliteit van de waardplant afneemt. (Bron www.inbo.be)


AANDACHT: De internet-browser die u gebruikt, voldoet niet aan de huidige internet-normen.
Daarom krijgt u deze sterk vereenvoudigde versie van de website te zien.

Site ontwikkeling door Quixpace bvba