Inverde

Dossiers

Starters in het natuuronderzoek 2008

Jonge wetenschappers stellen hun resultaten voor

Op deze studiedag krijgen jonge wetenschappers de kans om hun resultaten voor te stellen aan een breed publiek. Dit initiatief vindt al voor de zesde keer plaats en mag zich steeds verheugen op een grote interesse.

Carl Deschepper en Els Martens van ANB leidden de studiedag in.

 

  

 

 

Ecologisch onderzoek naar de holoparasiet Klein warkruid in Vlaanderen

Klaar Meulebrouck en Lieve Peeters mochten de spits afbijten met een onderzoek naar Klein warkruid, een klein parasitair levend plantje. In ons land is het eerder een heidesoort en aangezien deze vegetaties de laatste decennia zo achteruit zijn gegaan, is ook 30% van de typische heidesoorten op de rode lijst terechtgekomen.

Het onderzoek spitste zich toe op de condities van de potentiële groeiplaatsen, het mogelijk beheer en de overwinteringsstrategie. Deze soort blijkt niet erg gastheerspecifiek te zijn met wel een voorkeur voor Struikhei, Pijpestro, Dophei en Pilzegge. De bodems waar deze soorten voorkomen zijn zuur en voedselarm. Gezien Klein warkruid ook op kalkrijke bodems voorkomt, lijkt de voedselschaarste een meer cruciale factor te zijn. Vooral jonge Struikheiplantjes hebben de voorkeur. De kiemplantjes moeten de niet verhoute delen zien te bereiken, en bij oudere planten zitten die te hoog. Het beheer moet zich dus richten op het verjongen van de heide, en de manier blijkt niet veel uit te maken: branden, maaien, plaggen,... zijn goede maatregelen. Als er geen jonge Struikheiplantjes zijn, lijkt Klein warkruid kansloos, in de literatuur wordt het een eenjarige genoemd. Uit dit onderzoek echter blijkt dat de boorworteltjes, de haustoria, kunnen overwinteren in de gastheerplant. Op die manier kan Klein warkruid toch overleven in de iets oudere vegetaties.

Download hier de pdf van de presentatie

Download hier een abstract van deze lezing

Experimentele micro-evolutie bij Daphnia in relatie tot Global change
Ecologische implicaties van micro-evolutie opgelegd door predatie: een experimentele benadering

Wendy van Doorslaer en Cathy Duvivier onderzoeken de micro-evoluties bij watervlooien (Daphnia), en dit gestuurd door enerzijds predatie en anderzijds temperatuur. Dat laatste bleek een populair thema gezien de global change. Ze stelden inderdaad vast dat watervlooien bij verhoogde temperatuur evolueerden naar een kleinere grootte en tevens werden de populaties kleiner. Daarbij bleken Zuid-Franse watervlooien het te halen van Engelse. Gezien het gemiddelde weer in de twee landstreken kan dat niet verbazen.

Bij predatie bleek de evolutionaire respons al na een maand op te treden.

Download hier de pdf van de presentatie

Download hier een abstract van de lezing van Duvivier

Download hier een abstract van de lezing van Van Doorslaer

 

Evaluatie van habitatkwaliteit via remote sensing: een toepassingsgericht onderzoek.

Jeroen Vanden Borre gaf een inleiding tot de wetenschap van remote sensing, het op afstand onderzoeken van het landoppervlak, bijvoorbeeld door luchtfoto's in verschillende golflengtes te maken. Het doel is een habitatkartering, de kwaliteit en vegetatie te onderzoeken met speciale aandacht voor de Natura 2000 habitattypes. Om de staat van instandhouding te kunnen rapporteren moeten deze om de paar jaar worden onderzocht, een titanenwerk. Door de beeldverbeterings- en classificatietechnieken binnen remote sensing te optimaliseren is in de nabije toekomst een snellere oplossing mogelijk.

Download hier de pdf van de presentatie

Download hier een abstract van deze lezing

Biomonitoring of urban quality by anatomical and chemical characteristics of plant foliage

W.K. Balasooriya en F. Kardel onderzochten of er een snellere manier was om te onderzoeken waar in urbaan gebied de grootste vervuilingskernen zijn. Dat kan natuurlijk door overal lucht- en waterstalen te nemen, maar biomonitoring is goedkoper en vooral, het werkt op langere termijn en is windonafhankelijk. Door bladeren te onderzoeken van Smalle weegbree en Paardenbloem konden ze een vervuilingskaart van de regio Gent opstellen. Zo zijn kleinere huidmondjes een teken van luchtvervuiling.

Download hier de pdf van de presentatie

Download hier een abstract van deze lezing

Habitat en landschapsgebruik door vleermuizen in en rond de Waaslandhaven.

Bij de aanleg van het Deurgangdok zijn heel wat natuurwaarden verloren gegaan. Ralf Gyselings onderzocht hoe het zat met de lokale vleermuizenpopulaties. Door punttellingen en punt-transecttellingen konden de geprefereerde landschapsstructuren per soort worden vastgesteld. Zo zoeken bijna alle soorten het liefst van al waterrijke gebieden op, ook de Ruige dwergvleermuis en Rosse vleermuis die in de literatuur toch eerder als bossoorten worden omschreven. Logisch, het hoofdvoedsel van deze soorten zijn (dans)muggen. Ook belangrijk bleken kanalen met bomenrijen. De Dwergvleermuis is daarnaast een fan van bomenrijen zonder kanalen, op voorwaarde dat ze bestaan uit oude bomen met een rijke en structuurrijke ondergroei. Daarnaast blijken ze licht te mijden, vermoedelijk wegens predatiedruk door de aanwezige Ransuilen.

Download hier de pdf van de presentatie

Download hier een abstract van deze lezing

Een ruimtelijk bio-energetisch model voor de habitatkwaliteit van de bot in het Scheldebekken.

Maarten Stevens maakte op basis van de temperatuur-, zout- en zuurstofvereisten van de bot een wiskundig model om te voorspellen waar deze platvis zich op een bepaald moment zou kunnen bevinden in het Scheldebekken. Immers, de ideale lokatie verschuift doorheen de jaargetijden. De Bot is een interessante vis aangezien ze een van de weinige soorten is die zowel in zoet als zout water voorkomt.

Het model bleek grotendeels te kloppen, als de dieren verwacht werden in de Westerschelde bleken ze er ook te zitten. Helaas bleek het model er soms ook naast te zitten. De dieren zoeken dus niet steeds de ideale plaatsen op, mogelijk onder druk van parasieten of concurrentie. Het zoutgehalte is dus niet de meest cruciale factor, waterkwaliteit bleek dan wel weer en belangrijke rol te spelen. Zo blijkt de Bot recent in hogere dichtheden op te duiken in het centrale deel van de Zeeschelde, te wijten aan de ingebruikname van een waterzuiveringsstation in Brussel.

Download hier de pdf van de presentatie

Download hier de abstract van de lezing

Invloed van de klimaatopwarming bij exotische planten

Maya Verlinden wilde te weten komen of exotische planten een groeivoordeel hebben vergeleken met hun nauwe inheemse verwanten. Ze plantte daarvoor bepaalde soorten met hun niet-inheemse tegenhangers in een afgesloten omgeving en liet de temperatuur stijgen met 3°C. Zoals enigszins te verwachten was, groeiden de exoten die uit warmere streken afkomstig waren beter dan de inheemse genusgenoten. Enkele exoten deden het wat slechter, maar die waren eerder uit dezelfde klimaatsgordel afkomstig.

Download hier de pdf van de presentatie

Download hier een abstract van deze lezing

Vegetatiewijziging in het naturreservaat de Liereman tussen 1983 en 2007

Marloes Loots heeft 250 vegetatie-opnames uit 1983 opgevist en deze in 2007 opnieuw uitgevoerd. Bovendien heeft ze dit proberen te koppelen aan het gevoerde beheer.

Via de Ellenbergwaarden van de gevonden plantensoorten kon ze vaststellen dat de natte heide en veen gemiddeld iets kouder, zuurder en stikstofarmer waren geworden. Bossen en droge heide iets natter. Telkens waren de verschillen wel erg klein. Een groter verschil werd gevonden in broekbos, dat iets natter, zuurder en stikstofarmer was en rietvegetaties, die natter, warmer en meer schaduw hadden gekregen.

Verdwenen soorten waren Dotterbloem, Gewone vleugeltjesbloem en Drijvend fonteinkruid. Maar er doken intussen ook nieuwe soorten op zoals Moeraswolfsklauw, Wateraardbei en Klein glidkruid.

Het beheer blijkt goed te werken zoals te zien is aan de verlaging van de stikstofhoeveelheden. Helaas is wel de beschaduwing toegenomen, wat haar doet besluiten dat het beheer nog net iets te extensief is.

Download hier de pdf van de presentatie

Download hier een abstract van deze lezing

Natuurbeleid in Vlaanderen: wetenschappelijke ondersteuning voor de afbakening van beschermde natuurgebieden in Vlaanderen

Marijke Thoonen gaf een voorbeeld van het beleidsondersteunend natuuronderzoek. Ze bracht een overzicht van hoe de besluitvorming bij bijvoorbeeld de afbakening van het VEN tot stand komt en hoe wetenschap daar een rol in speelt. In de eerste fase van de afbakening van het VEN werden hoofdzakelijk de reeds groene bestemmingen bevestigd op de plannen van aanleg. In een tweede fase wordt vooral gefocust op de ecologisch waardevolle gebieden buiten de bestaande groene bestemmingen. Teneinde zo veel mogelijk consensus na streven met andere actoren in de open ruimte is beslist om tegelijkertijd ook de ‘agrarische structuur’ (750.000 ha) af te bakenen.
De open ruimte heeft verschillende functies (landbouw, natuur, recreatie, …) die met elkaar kunnen overlappen. Om tot een goede ruimtelijke afbakening van al deze functies te komen, werd voor verschillende Vlaamse regio’s een ‘visie’ op het buitengebied ontwikkeld.

Download hier de pdf van de presentatie

Download hier een abstract van deze lezing

 

Het laatste woord was aan Eckhart Kuijken, de vroegere directeur van het INBO maar ook erehoofddocent UGent. Hem was gevraagd wat inspirerende woorden te richten aan de jonge onderzoekers. Tot zijn verbazing maar ook positieve verrassing bleek Dhr Kuijken op de studiedag weinig mensen te herkennen, een duidelijk signaal dat er een nieuwe lichting zat aan te komen.

Weinig mensen in de zaal kunnen zich voorstellen wat het is om een carrière van 50 jaar (en twee weken) achter de rug te hebben in het biologisch onderzoek. Eckhart telde al ganzen toen zelfs de ouders van enkele andere sprekers nog moesten geboren worden. Niet alleen lag hij zo aan de basis van de bescherming van die majestueuze vogels aan de middenkust, zijn onderzoek geeft één van de langstlopende biologische gegevensreeksen van onze regio.

Op basis van zijn rijkgevulde carrière gaf hij de jonge onderzoekers enkele warme tips mee. Betrokkenheid met de natuur en je onderwerp lijkt vanzelfsprekend, maar is het niet. Aan het beleid deed hij een oproep langlopende onderzoeken te steunen. Veel onderzoek loopt helaas maar een paar jaar, in veel gevallen te kort om echt goede resultaten te halen.

Onderzoek dat zich richt op de praktische aanpak van de huidige problemen waar de biodiversiteit onder lijdt, draagt begrijpelijkerwijze de voorkeur weg. Versnippering en de klimaatsopwarming zijn zo'n thema's. Populaire maatregelen als herintroductie zijn daarbij niet nodig en leiden de aandacht af van de echte problemen.

Dat die problemen aanpakken niet kan zonder de rest van de maatschappij te betrekken is evident. Integratie met historische ecologie, educatie en vulgarisatie naar het brede publiek waren nog wat belangrijke tips.

De belangrijkste 2: geniet van je onderzoek en laten we met alle actoren samenwerken. Pas als de wetenschappers, de overheid en niet te vergeten de vrijwilligers samenwerken halen we resultaat.





Naast de voordrachten was er ook een postersessie. Hieronder kan je de lijst en een samenvatting vinden. Elke deelnemer stelde ook kort zijn onderzoek voor.

 


 

 

1. Alaerts Katrijn UA - Genetische en morfologische diversiteit bij tamarinde (Tamarindus indica L.) in Mali
2. Beckers Karolien INBO - Het Brusselse dagvlinderproject.
3. Casteels Jeroen BINCO - Biodiversiteitsinventarisatie voor conservatie.
4. De Busschere Charlotte UGent - Studie van divergentie patronen van ecologisch relevante kenmerken en hun rol in reproductieve isolatie in een adaptief geradieëerd wolfspinnen genus van de Galapagos.
5. De Mol Francis Kaho Sint-Lieven/ INBO - Morfologische studie van autochtone wintereikbestanden op het Kempisch plateau te Limburg.
6. Dewindt Imke UGent - Impact van het klimaat op watergedragen afwerkingssystemen voor houten buitenschrijnwerk in België.
7. Endels Patrick KULeuven - Hoe zorgen dat Natura 2000 goed functioneert ? Socio-economisch, juridisch & ecologisch beheer.
8. Geens Ann UA - Metalen, oxidatieve stress en carotenoïdenafhankelijke kleur : verbleken koolmezen (Parus major) door metaalverontreiniging ?
9. Geerts Lindsay/ Linde Galle Erasmushogeschool/INBO - Tempo-spatiële verdeling van de grote migratoren in het Scheldebekken.
10. Holvoet Tom UGent - Bladmorfologische en stomatale diversiteit van baobab (Adansoniadigitata) in Senegal.
11. Lahaye Stefanie UA - Paarbindingsgedrag bij de monniksgier (Aegypius monachus).
12. Lemmens Pieter KULeuven - De invloed van visgemeenschappen en de predatie door aalscholvers op de structuur, het functioneren en de biodiversiteit van ondiepe meren.
13. Leyssen An INBO - Verspreiding van het habitattype 3260 in Vlaanderen.
14. Louette Gerald INBO - Impact en beheer van de niet-inheemse Stierkikker in Vlaanderen.
15. Maes Wouter KUL - De ontwikkeling van een autonoom vliegende helikopter uitgerust met een thermale camera voor het meten van de oppervlaktetemperatuur van bossen op een zeer gedetailleerde ruimtelijke en tijdsschaal.
16. Op de Beeck Maarten UA - Een vergelijking van verschillende stomatale modellen aan de hand van continue gasuitwisselingsmetingen op bladeren van volwassen beuk (Fagus sylvatica)
17. Pennings Annabel KULeuven - IR-observaties van het nachtelijk gedrag van regenwormen (Lumbricus terrestris) op het bodemoppervlak met focus op migratie.
18. Robert Elisabeth VUB - Hydraulic architecture of Avicennia marina (FORSSK.) VIERH. along an ecological gradient in Gazi Bay, Kenya
19. Rousseaux Sarah KULeuven - Het belang van genetische diversiteit en evolutie in metagemeenschappen : een veldstudie.
20. Steel Lies KULeuven - Zijn gemengde systemen van boomzaailingen resistenter tegen droogtestress dan monoculturen ?
21. Stiers Iris VUB - The impact of invasive alien plant species on species diversity and composition in aquatic communities.
22. Stuyck Kris / Reusen Bram KHK - Harmonisch park- en groenbeheer in industriezone.
23. Van den Neucker Tom INBO - Evaluatie van natuurontwikkelingsprojecten in het Schelde-estuarium.
24. Van Geert Anja VUB - Pollinator movement in the intensive agricultural landscape using fluorescent dye particles: Primula vulgaris as a model species
25. Wuytack Tatiana UGent - Actieve en passieve biomonitoring met wilg en Ruwe berk, langsheen een gradiënt van luchtverontreiniging in Vlaanderen.

Nog enkele impressiefoto's als uitsmijter

 

 

 



AANDACHT: De internet-browser die u gebruikt, voldoet niet aan de huidige internet-normen.
Daarom krijgt u deze sterk vereenvoudigde versie van de website te zien.

Site ontwikkeling door Quixpace bvba