Op 6 juni 2010 vertrokken de praktijklesgevers van Inverde samen met drie externe medewerkers richting Denemarken om er zich bij te scholen in het maken van houten constructies. De opleiding had plaats in de bosbouwschool Skovskolen te Nodebo, iets ten noorden van Kopenhagen, een gebouwencomplex gelegen temidden van een idyllisch landschap van bossen en vijvers. Je kan deze bosbouwschool zien als de Deense tegenhanger van Inverde, zij het dat zij langere en intensievere cursussen aanbieden, waarbij de cursisten op de campus verblijven. De opleiding waar onze interesse naar uitging betrof Log building of stammenbouw en dan vooral de technieken om met stammen aan de slag te gaan. In Denemarken worden er voornamelijk houten huizen mee gemaakt, in Vlaanderen is het bouwen van dergelijke huizen door strenge veiligheidseisen bijna niet mogelijk en op deze toepassing werd dan ook niet verder ingegaan tijdens de stage. Wel is het mogelijk om met de welbepaalde technieken van die stamconstructies kleinere producten te maken, zoals een schuilhut, een bank, een tafel,…
Als voorbereiding op de weekopleiding hadden we het programma drie weken eerder doorgenomen met onze Deense instructeur, Bo Teglhus Andersen. De verwachtingen waren hooggespannen. Na een korte vliegreis kwamen we op zondag 6 juni in de namiddag aan in Denemarken: 9 lesgevers/collega’s die zouden ondergedompeld worden in een Deense bosbouwopleiding, de Deense cultuur, de Deense keuken,… Over dat laatste zou er nog het langst nagepraat worden, gastronomie en het weer natuurlijk, we blijven tenslotte Belgen.
Op een druilerige maandagmorgen werden we na het ontbijt eerst rondgeleid in alle gebouwen van de school: interessant, zeker de meestal houten bouwwijze kon ons bekoren. Ook na het middagmaal gutste het water nog uit de hemel en moesten we onze toevlucht zoeken tot theorie en wat praktijkoefeningen om alle gereedschap te slijpen. Dag 1 werd afgesloten met de overtuiging dat we hier niet voor beter weer naar toe waren gekomen, maar dat werd zeker goedgemaakt door de fantastische keuken, die wij goed konden appreciëren.
Op dinsdag waren de weergoden ons iets beter gezind en kon onze eerste praktijkdag van start gaan: gereedschap slijpen, stammen ontschorsen, ondertussen letten op je houding, en dan eindelijk onze eerste realisatie: een bank. Twee korte stamstukken die dienen als onderliggers en daarop een dwars stamstuk als zitting van de bank. Het werd al vrij snel duidelijk dat de technieken die we vandaag leerden de basis vormden van alle andere verbindingen die we die week zouden leren. Ondanks het feit dat we te maken hadden met grote stukken stam en we werkten met de kettingzaag, was de afwerking zeker zo belangrijk: met de beitel werd alles netjes tot op het lijntje bijgewerkt. Ook bij het aftekenen van het hout werd niet zomaar een maat afgetekend en afgezaagd, neen, alles werd zeer precies afgemeten en aangeduid en daarna bijgewerkt.
De volgende morgen, woensdag ondertussen, moesten we opnieuw onze regenjas boven halen, maar niets deed toen vermoeden dat we die de rest van de week in de buurt zouden moeten houden. Bo demonstreerde ons een nieuwe verbinding gebaseerd op de basisverbinding maar nu een robuustere variant. Het voordeel hiervan was dat de stammen beter en steviger op elkaar zouden blijven liggen. Nadeel: het maken ervan vergde nog meer precisie. Na de demo en de zeer degelijke uitleg van onze instructeur, wisten we wat te doen. Ondertussen werd er al een constructie opgebouwd beginnend bij een bank en verder gaand met andere horizontale stukken, telkens gekruist met andere stamstukken. Zo kregen we een muurtje van stamstukken met aan elke kant een hoek met een ander stamstuk. Hiermee zouden we ons twee dagen amuseren. Alle verbindingen werden meermaals ingeoefend en er waren al wel een aantal zeer goede resultaten zichtbaar.
Op donderdagavond was het tijd voor een speciale avond: een typisch Vlaams (Belgisch) gerecht, stoofvlees met frietjes en mayonaise, gemaakt door onszelf. De Deense genodigden waren zeer opgetogen en voor sommigen werd het nog behoorlijk laat mede door het Belgisch bier dat niet mocht ontbreken natuurlijk.
De volgende dag was onze laatste praktijkdag. In de voormiddag heeft Bo ons nog een nieuwe en laatste techniek aangeleerd, dit keer was het de bedoeling om een verticaal stamstuk met een horizontale stam te verbinden. Ook hier was precisie het codewoord, alles moest perfect afgetekend, uitgezaagd en afgewerkt worden met de beitel, alleen dan kon de verticale stam zonder probleem in het horizontale stuk aangebracht worden. Een huzarenstukje en begrijpelijk dat het als de laatste oefening werd weerhouden. In de namiddag reden we onder leiding van Bo die zich ontpopte als een volleerde gids naar Kopenhagen, meer bepaald naar Christiania, een vrijstaat temidden van Kopenhagen. Naast de getolereerde drugshandel is Christiania ook bekend van zijn originele fietsen, vooral de speciale bakfietsen zijn heel bijzonder.
Zaterdag morgen was het dan tijd voor onze terugtocht naar België. Iedereen keek terug op een zeer leerrijke week. We verbleven in een zeer gezellige school met een fantastische keuken. Aan het weer wilden we niet meer herinnerd worden, maar wel aan al wat we gezien en geleerd hadden.
De opleiding werd gesponsord door het Leonardo Da Vinci programma. 