Inverde

Dossiers

Kwetsbare fauna in bossen

Het bos is er niet alleen voor mensen. Het is ook de woonplaats voor allerlei planten en dieren. Voor veel soorten is het bos zelfs de enige plaats waar ze kunnen overleven. Een bos is in on ze samenleving een plek die meerdere functies dient te vervullen, het landoppervlak bedenkt met bossen is bij ons vrij schaars, bij de laagste in Europa. Daarom is niet alleen houtproductie maar ook recreatie én ecologie een belangrijke functie van elk bos.

Soms wordt de vraag gesteld of recreatie geen negatieve invloed heeft op het overleven van wilde dieren (zang- en roofvogels, muizen, insecten,...) in het bos. Recreanten kunnen wilde dieren makkelijk verstoren. Dat is uiteraard per ongeluk en bovendien niet altijd te vermijden. Er zijn wel een aantal tips te geven die de schade tot een minimum kunnen herleiden.

Zo is het belangrijk zoveel mogelijk op de paden of in het speelbos te blijven. Veel dieren zijn het gewoon dat die mensen in het bos komen op de paden lopen. Ze zijn er gerust in zolang het pad niet verlaten wordt. Indien dat wel gebeurt doet dat dieren op de vlucht slaan. Een tweede reden om op het pad te blijven zijn dieren die op en in de bodem leven. Loopkevertjes, spitsmuizen, salamanders, hazelwormen,… zoeken in de strooisellaag, tussen de dode bladeren, naar voedsel. Ze worden vertrappeld of hun gangetjes worden dichtgedrukt.

Een tweede belangrijke stelregel is het behouden van de rust. Een groep mensen die veel lawaai maakt of motorvoertuigen zijn voor veel vogels en zoogdieren erg overweldigend. Ze vluchten en dat vraagt veel energie. Soms kan dat dodelijk zijn. Het is bijvoorbeeld vastgesteld dat reeën door herhaaldelijk opgejaagd te worden een hartstilstand kregen.

Een laatste tip is het vermijden van stukken bos waar dieren leven die extra gevoelig zijn. De boswachter kan je zeker meer informatie geven. Soms komen in een bos zeldzame dieren voor die ergens in een hoekje een rustige plek hebben gevonden om te nestelen. Roofvogels zijn daarvoor gekend. Zo ga je best geen oriëntatieloop organiseren onder een nest van een havik of wespendief. Ook een dassenburcht of een holle boom met vleermuizen worden best zoveel mogelijk met rust gelaten.

De periode van het jaar speelt bij al deze richtlijnen ook een rol. Zo is heel het voorjaar, van begin maart tot juni, het moment waarbij vogels broeden. Het is niet gezond als je in de zomer een zeldzame soort opjaagt, maar als dat in de periode gebeurt dat er jongen zijn is dat dubbel erg. Bij een zware verstoring wordt dan het nest verlaten. Het argument is steeds dat dat voor één keer geen kwaad kan, maar een recreant weet niet of het dier in kwestie die dag al is opgejaagd of niet. Bovendien zullen vogels zullen slechts zelden aanstoot nemen aan recreanten als het pad niet verlaten wordt, mensen op die plaats zijn ze gewoon.

Hoe kan je nu weten of je dieren verstoort of niet, als je in de broedperiode toch van het pad af wil voor één of andere activiteit. En hoe herken je soorten die gevoeliger zijn dan andere? Wel, zelfs onderzoekers met jarenlange ervaring kunnen daarop niet steeds een antwoord geven. Vogels hebben de neiging hun nesten zeer goed te verstoppen tegen roofdieren. Even goed rondkijken of er nesten zijn is onmogelijk. Het is ook niet in te schatten wat kan en niet kan. Hoe snel een vogel verstoord is hangt niet alleen af van de soort, maar van het karakter van de vogel zelf ook.

Daarom is het beter voorzichtig te zijn, het verlaten van de paden tot een minimum te herleiden en vooral de richtlijnen van de boswachter te volgen Die weet dikwijls wel de gevoelige plekken of periodes aan te duiden. Op die manier ben je verzekerd van een activiteit die respect toont voor alle bosbewoners.

Het bos is er niet alleen voor mensen. Het is ook de woonplaats voor allerlei planten en dieren. Voor veel soorten is het bos zelfs de enige plaats waar ze kunnen overleven. Een bos is in on ze samenleving een plek die meerdere functies dient te vervullen, het landoppervlak bedenkt met bossen is bij ons vrij schaars, bij de laagste in Europa. Daarom is niet alleen houtproductie maar ook recreatie én ecologie een belangrijke functie van elk bos.

Soms wordt de vraag gesteld of recreatie geen negatieve invloed heeft op het overleven van wilde dieren (zang- en roofvogels, muizen, insecten,...) in het bos. Recreanten kunnen wilde dieren makkelijk verstoren. Dat is uiteraard per ongeluk en bovendien niet altijd te vermijden. Er zijn wel een aantal tips te geven die de schade tot een minimum kunnen herleiden.

Zo is het belangrijk zoveel mogelijk op de paden of in het speelbos te blijven. Veel dieren zijn het gewoon dat die mensen in het bos komen op de paden lopen. Ze zijn er gerust in zolang het pad niet verlaten wordt. Indien dat wel gebeurt doet dat dieren op de vlucht slaan. Een tweede reden om op het pad te blijven zijn dieren die op en in de bodem leven. Loopkevertjes, spitsmuizen, salamanders, hazelwormen,... zoeken in de strooisellaag, tussen de dode bladeren, naar voedsel. Ze worden vertrappeld of hun gangetjes worden dichtgedrukt.

Een tweede belangrijke stelregel is het behouden van de rust. Een groep mensen die veel lawaai maakt of motorvoertuigen zijn voor veel vogels en zoogdieren erg overweldigend. Ze vluchten en dat vraagt veel energie. Soms kan dat dodelijk zijn. Het is bijvoorbeeld vastgesteld dat reeën door herhaaldelijk opgejaagd te worden een hartstilstand kregen.

Een laatste tip is het vermijden van stukken bos waar dieren leven die extra gevoelig zijn. De boswachter kan je zeker meer informatie geven. Soms komen in een bos zeldzame dieren voor die ergens in een hoekje een rustige plek hebben gevonden om te nestelen. Roofvogels zijn daarvoor gekend. Zo ga je best geen oriëntatieloop organiseren onder een nest van een havik of wespendief. Ook een dassenburcht of een holle boom met vleermuizen worden best zoveel mogelijk met rust gelaten.

De periode van het jaar speelt bij al deze richtlijnen ook een rol. Zo is heel het voorjaar, van begin maart tot juni, het moment waarbij vogels broeden. Het is niet gezond als je in de zomer een zeldzame soort opjaagt, maar als dat in de periode gebeurt dat er jongen zijn is dat dubbel erg. Bij een zware verstoring wordt dan het nest verlaten. Het argument is steeds dat dat voor één keer geen kwaad kan, maar een recreant weet niet of het dier in kwestie die dag al is opgejaagd of niet. Bovendien zullen vogels slechts zelden aanstoot nemen aan recreanten als het pad niet verlaten wordt, mensen op die plaats zijn ze gewoon.

Hoe kan je nu weten of je dieren verstoort of niet, als je in de broedperiode toch van het pad af wil voor één of andere activiteit. En hoe herken je soorten die gevoeliger zijn dan andere? Wel, zelfs onderzoekers met jarenlange ervaring kunnen daarop niet steeds een antwoord geven. Vogels hebben de neiging hun nesten zeer goed te verstoppen tegen roofdieren. Even goed rondkijken of er nesten zijn is onmogelijk. Het is ook niet in te schatten wat kan en niet kan. Hoe snel een vogel verstoord is hangt niet alleen af van de soort, maar van het karakter van de vogel zelf ook.

Daarom is het beter voorzichtig te zijn, het verlaten van de paden tot een minimum te herleiden en vooral de richtlijnen van de boswachter te volgen Die weet dikwijls wel de gevoelige plekken of periodes aan te duiden. Op die manier ben je verzekerd van een activiteit die respect toont voor alle bosbewoners.


AANDACHT: De internet-browser die u gebruikt, voldoet niet aan de huidige internet-normen.
Daarom krijgt u deze sterk vereenvoudigde versie van de website te zien.

Site ontwikkeling door Quixpace bvba