Inverde

Boeken

Excursie Bosgroepen Berlijn, 20-24 juni 2011

 

Het zijn vijf dolle, Duitse dagen geworden. Diverse uithoeken van de staat Brandenburg zijn niet aan onze 15 paar nieuwsgierige ogen ontsnapt: Döberitzer Heide, Biosphärenreservat Spreewald, Fresdorfer Heide en Hoher Fläming, stuk voor stuk prachtgebieden die ons heel wat te vertellen hadden. We maakten er kennis met de werking van lokale verenigingen van boseigenaars, zowel op “kleinschalig” niveau (‘Forstbetriebsgemeinschaft Fresdorfer Heide’ met ongeveer 460 leden en 3.000ha privébos in beheer) als op niveau van de volledige deelstaat Brandenburg (‘Waldbesitzerverband Brandenburg e.V.’ die de belangen van maar liefst 2.270 leden en 110.000ha bos verdedigt). En dan vernoemen we nog onze escapades in Potsdam en Berlijn niet. Berlijn, op dit moment een van de meest jeugdige, vitale en groene steden van Europa, terwijl van een betere uitvalsbasis dan Potsdam, het Versailles van het noorden, met haar vele meren, parken en kastelen, geen sprake was.
De grote variëteit aan bos- en natuurgerichte onderwerpen, doorspekt met ontspannende culturele momenten, maakte van deze excursie een “mooie mix van het interessante en het aangename”.  De lat ligt opnieuw hoog voor de volgende editie…

De eerste dag van studiereis houdt de spanning er nog lekker in voor wat betreft de bos- en natuurexcursies. Maandag 20 juni staat immers gepland als een luchtige dag met verkenning van Potsdam, onze uitvalsbasis voor de komende week, en in bijzonder een bezoekje aan het park Sanssouci, een van de vele kasteelparken die de stad (en deelstaat Brandenburg) rijk is. Het park zelf is zo’n 290 ha groot en bevat talloze schatten: een Chinees theehuis verborgen tussen de bomen, waterlopen, fonteinen, botanische tuinen, enz. Ook onze gidse, Doris, is een pareltje. Ondanks haar vele levensjaren, neemt zij ons al dichtend, zingend en dansend mee langsheen het kasteel Sanssouci. Het gebouw dateert van de 18e eeuw en koning Frederik de Grote trok zich hier graag terug om er naar zijn verzameling schilderijen te kijken en zijn vrienden filosofen (waaronder de Franse Voltaire) te ontmoeten. Het park zelf herbergt verder nog enkele bewonderenswaardige ginkgo biloba’s en een indrukwekkende, 2,5 km lange, kaarsrechte kasteeldreef voorzien van statige beuken.

Even genoeg culturele verrijking nu, want op dinsdagmorgen staan op de afspraakplaats in Potsdam de heren Krüger, hoofd van de Oberförsterei Potsdam, Switala, lokale boswachter en adviseur voor de Forstbetriebsgemeinschaft (FBG) Fresdorfer Heide, Hohm, afgevaardigde van het Ministerie voor Landbouw van de federale deelstaat Brandenburg, en de heer voorzitter van de FBG ons reeds op te wachten met koffie en een interessante voorstelling. We maken in eerste instantie kennis met de algemene situatie van de bossector in de Duitsland en de deelstaat Brandenburg.

Brandenburg telt zo’n slordige 1,01 miljoen ha bos (35% totale oppervlakte), waarvan grove den drie vierden voor zijn rekening neemt. Ongeveer 60% van de bosbestanden bevinden zich in de leeftijdsklassen tussen 20 en 60 jaar. Terwijl voor Duitsland het aandeel bos in privé-eigendom 44% bedraagt, is dat voor Brandenburg ongeveer 66%. Dit komt dus in de buurt van de situatie in Vlaanderen. Het overduidelijke verschil is de bosoppervlakte per eigenaar (in Duitsland ligt dit veel hoger). Momenteel zijn in Duitsland ongeveer 4.300 verenigingen van en voor privé-boseigenaars actief, die meer 400.000 eigenaars verzamelen (samen goed voor 3,8 miljoen hectare bos).

Na deze korte voorstelling trekken we samen met onze gastheren het bos in ter bezichtiging van een aantal relevante praktijkvoorbeelden. De excursie vindt plaats in de omgeving van Wildenbruch, zo’n 15 km ten zuiden van Potsdam. Als eerste studieobject bekijken we een omvorming van naald- naar loofhout. Er is een scherm te zien van 120 jaar oude grove dennen met daaronder kunstmatig aangeplante wintereiken. Wat meteen opvalt, zijn de zeer dichte plantverbanden. Maar liefst 13.100 stuks werden hier op een oppervlakte van 1,93 ha geplant (i.e. 6787/ha!). De kost voor het aankopen van plantsoen (30-50; 0,70 €/stuk), de aanplantingskost en het plaatsen van de omheining bedroeg  in 1999 € 11.600 (anno 2011 zou dit ongeveer € 15.400 zijn). 85 % van deze uitgaven werden gesubsidieerd. Doorheen dit bosbestand loopt verder een 3m brede, 2,4km lange onverharde weg, die werd aangelegd met gerecycleerde beton- en steenafval. Dit project, die betrekking had op 6 boseigenaars, werd geprefinancierd  door de FBG (in afwachting van Europese financiële steun).
Als tweede excursiepunt bestuderen we het resultaat van een eerste dunning in een grove dennenbestand. De dennen groeien op deze standplaats (arme zandgrond) relatief traag, op een leeftijd van 40 jaar is de te verwachten bestandshoogte slechts 15m. De beheerders stellen dat vóór het bereiken van deze leeftijd het geen zin heeft om werken te gaan uitvoeren met een harvester en eerder (veelal Poolse) bosarbeiders in te zetten. Een interessant argument die deze stelling onderbouwt, is de onaantrekkelijke dimensie van het dunningsmateriaal  die al eens vlugger frustratie en bijgevolg kwalitatief slechte prestaties (schade aan overblijvend bestand) oplevert bij operators van harvesters. Ook de groeiende vraag naar energiehout zorgt er voor dat deze producten een afzet vinden (3 €/stère netto). Ten slotte, gezien de regio Brandenburg zeer droog is, is het risico op bosbranden reëel. Om die reden ziet men af en toe stroken aangeplante berk opduiken. 

De voorzitter van de FBG Fresdorfer Heide licht de werking van deze ‘bosgroep’ nog verder toe. Deze telt 452 leden, zowel particulieren en privébedrijven als gemeenten en kerkgemeenschappen, alles samen goed voor een 2.961 ha in beheer. De FBG wordt bestuurd door een 10-koppig bestuur, een beheerteam en een Algemene Vergadering. Ze heeft volgende kerntaken: advies en sensibilisering van boseigenaars, centralisering, ondersteuning bij houtverkopen en boswerkzaamheden en administratieve en financiële steun (o.a. bij bosbranden). Het werkingsgebied van de FBG, die in 1991 werd opgericht, is destijds niet door de overheid vastgelegd, dit in tegenstelling tot Vlaanderen. De uitgaven worden gefinancierd door een jaarlijkse ledenbijdrage (4 €/ha), een commissie van 10% op de opbrengsten van de houtverkopen, giften en subsidies van de federale republiek Duitsland en deelstaat Brandenburg. In 2010 bedroegen op deze manier de inkomsten iets meer dan 50.000 euro. Gezien het feit dat 30% van de boseigenaars op grote afstand van hun bos wonen (het vroegere West-Duitsland, Frankrijk, …) is het niet altijd even gemakkelijk om eigenaars te contacteren. Opmerkelijk is wel dat onder andere die taak is toebedeeld aan de lokale boswachter. Samen met 11 andere collega’s, adviseert dhr. Switala privéboseigenaars en is hij mede ‘zaakvoerder’ van de FBG. Tot en met dit jaar was deze dienstverlening inbegrepen in de ledenbijdrage, maar vanaf 2012 zal een afzonderlijke bijdrage gevraagd worden aan betrokken boseigenaars.

Na een kort afscheid en overhandiging van een Kuifje-strip (het moet niet altijd ‘Belgian chocolate’ zijn) rijden we verder naar Elstal voor een bezoek aan het 5.000 ha grote natuurreservaat Döberitzer Heide. Het grootste gedeelte van het reservaat (3.600 ha) wordt beheerd door de Heinz Stielmann Stiftung. Onze gidse, Maria Vogel, vertelt ons dat dit volledige gebied jarenlang (>100j) als militair oefenterrein dienstdeed. Hierdoor is deze plek gevrijwaard gebleven van de vele omvormingen naar landbouwgrond ten tijden van de Duitse Democratische Republiek, DDR. Ook bracht dit landgebruik een typische dynamiek van frequente verstoringen met zich mee (schietoefeningen met o.a. legervoertuigen gaven vaak aanleiding tot bos- en heidebranden). Tegenwoordig treft men een mozaïek van verschillende landschappen aan: droge graslanden, heide, moerassen en bos. Het grote aaneengesloten natuurgebied kent een enorme rijkdom aan fauna en flora. Maar liefst 2. 000 verschillende soorten kevers, 236 wespen, 188 bijen, 198 vogels en 47 zoogdieren werden hier aangetroffen. Wij zelf hadden het plezier om grauwe gors, grauwe klauwier, roodborsttapuit, tapuit, boompieper, boomvalk, bruine kiekendief, geelgors, kneu, veldleeuwerik en wielewaal te ontdekken. Ook mooie vlindersoorten ontglipten ons niet: veel dambordjes en heideblauwtjes, alsook heivlinder, grote ijsvogelvlinder en parelmoervlinder. Om het rijtje van observaties af te sluiten, voegen we nog knikkende distel, bleekgele droogbloem toe als opmerkelijke planten en de phegeavlinder (dagactieve nachtvlinder). Recentelijk is gestart met een kweekprogramma van wilde Przewalskipaarden, Europese bizon en edelhert, die zullen worden ingezet voor het behoud van het (half)natuurlijk landschap (tegengaan van verbossing van de open plekken). Zeker nu de frequentie van branden is afgenomen, is verstoring door deze grote grazers een welkom geschenk voor de beheerders. Aangezien het grote, wilde dieren betreffen, is rond de wilderniskernzone van 1.860 ha een driedubbele omheining, aangesloten op stroom (binnenste draad 3000V, volgende 9000V), geplaatst. 
    

Als afsluiter van deze goed gevulde dag nemen we nog een kijkje in het BUGA-park van Potsdam, dat in 2001 publiekelijk werd tentoongesteld. Onze gidse is Ilse Pauwels, destijds actief bij de Provinciale Groendomeinen Antwerpen en Inverde (toen nog EBG) en nu zelfstandige in Duitsland met als hoofdactiviteit het ontwerpen van natuurlijke speellandschappen. Het wordt echter een kort bezoek aan het park en Ilse haar verwezenlijkingen (onze stipte buschauffeur dreigt overuren te kloppen), desalniettemin gevolgd door een leuke nabeschouwing met frisse pint op een gezellig terras, weliswaar in centrum Potsdam.

Woensdag zijn we al vroeg op weg naar het zuiden. Anderhalf uur rijden, komen we aan in Burg, een van de toegangspoorten tot het grote biosfeerreservaat Spreewald. Het dankt zijn naam aan het dicht waternetwerk van meer dan 300 waterlopen die allen uitmonden in de Spree. Deze laatste stroomt vervolgens verder naar Berlijn om er uit te monden in de Elbe. Het is van oorsprong een moerassig gebied waar zwarte zwanen en otters voorkomen. Sinds 1991 heeft Unesco heeft dit biosfeerreservaat erkend als werelderfgoed. Let wel, Spreewald is een cultuurlandschap en wordt gekenmerkt door menselijke aanwezigheid en activiteit. Er wordt met dit gebied gestreefd naar een modelregio voor duurzame ontwikkeling en duurzaam landgebruik. Zowel behoud van natuur, landbouw als toerisme zijn elementen van deze strategie. Omwille van de vele waterlopen is geïntegreerd waterbeheer een belangrijk aandachtspunt.

Het waterpeil varieert in het gebied sterk ten gevolge van de bruinkoolontginning verder stroomopwaarts. Om bruinkool te winnen, werd het grondwaterpeil verlaagd en werden miljarden m³ water opgepompt en afgevoerd. Het gebied verdroogde door het kunstmatig oppompen van het water, door het verbreden en verdiepen van het waterlopennetwerk, maar ook ten dienste van de landbouwactiviteiten.

   

Het biosfeerreservaat is opgedeeld in 4 verschillende zones: een kernzone die dient als onderzoeksobject en waar alle menselijke activiteit is verboden, een bufferzone als beschermd groengebied dat extensieve begrazing toelaat, een ‘cultuurzone’ met woongebieden en ten slotte een regeneratiezone die meestal wordt gekenmerkt door een herstel (lees: verhoging) van de grondwatertafel. Participatie werd ietwat over het hoofd gezien bij deze indeling in zones en heeft bijgevolg kwaad bloed gezet bij een aantal landbouwers in het gebied.

Wat de bossen in het gebied betreft, valt op dat gedurende 100-en jaren heel veel ontbost en drooggelegd werd om landbouwgrond te creëren.  Alleen de alluviale of zeer natte bossen, waar toch geen landbouw mogelijk was, bleven gespaard.  We zien er prachtige kanjers van elzen en verder ook olmen, wilgen, es en eik. Om de soortenlijst te vervolledigen voor deze excursie, nog volgende soorten: gouden tor (foto), weidebeekjuffer, bruine korenbout, smaragdlibel en kleine bonte specht.

Het Biosfeerreservaat valt onder de bevoegdheid van de ‘Landesregierung’; de logistieke steun komt bijgevolg uit de hoek van de deelstaat Brandenburg. Het hoofdkwartier van de administratie en het management is gelegen in Lübbenau. Verder herbergen Schlepzig en Burg een infocentrum omtrent het Biosfeerreservaat. Zoals elders dit spook opduikt, zo ook is hier een merkbare inkrimping van inzetbare middelen waarneembaar. Van de oorspronkelijke 30 personeelsleden blijven nog 11 over, waarvan 7,5 zogenaamde rangers (wachters).

Toerisme is in Spreewald een belangrijke bron van inkomsten. Meer dan 3,5 miljoen dagtoeristen komen jaarlijks naar Spreewald, vooral Duitsers uit de grote steden Berlijn en Dresden. Bij mooi weer is kanovaren erg in trek, recreanten kunnen uitvaren vanuit de 40 “havens” waar men kano’s verhuurt. Daarenboven bieden vele hotels ook nog kano’s aan. In totaal wordt gesproken over een vloot van ongeveer 5.000 kano’s. Van de 1.500 km waterlopen mag 300 km gebruikt worden voor recreatief gebruik. Veel recreanten houdt echter ook in dat schade toegebracht wordt daar waar het druk kan worden. Er wordt momenteel gewerkt aan een masterplan, waarbij men de milieudruk van het kanovaren wil verminderen. Denkpistes zijn onder andere het aantal kano’s tot een maximum beperken, bij elke verhuring van een kano 1 euro afstaan, …. Voor dit alles is een hoge participatiegraad nodig van de verhuurders van kano’s, en deze is er op dit moment nog niet.

Donderdagmorgen zijn we opnieuw vroeg op weg naar onze volgende bestemming: het gehucht Spring, een verzameling van enkele huizen, in het gebied Hoher Fläming. Dit keer zijn wij meer dan ‘pünktlich’ op onze afspraakplaats, waardoor sommige nieuwsgierigen de tijd hebben om rond te neuzen vooraleer onze gastheer, Martin Hasselbach van de Waldbsitzerverband Brandenburg e. V., en plaatselijke, uiterst mondige boswachter ons komen verwelkomen. We worden in eerste instantie rondgeleid langsheen verscheidene opstanden. Een daarvan is een recente aanplanting (april 2011) van Douglas. Voordien stond hier grove den, die in de winter van 2011 is geëxploiteerd. Al vlug kan worden opgemerkt dat een groot deel van de aanplant is mislukt. De voornaamste redenen zijn de langdurige droogte van dit voorjaar en het gebruik van groot plantsoen (dat vaak minder goed aanslaat). Verder zien we een 25-jarig bestand met Douglas, waar de discussie wordt aangevat of het moment is aangebroken om wel dan niet een eerste dunning aan te vatten. Ook zien we een aanplant van beuk, met opnieuw een zeer dicht plantverband: 12.000 stuks per ha! Wat verder opmerkelijk is, is de lage kostprijs voor het plantsoen (0,20 €/stuk). Ons wordt verteld dat deze merkbaar lager ligt in vergelijking met in wat vroeger tot West-Duitsland behoorde. M.a.w., de bewijzen van deze (relatief recente) voorgeschiedenis zijn vandaag nog steeds zichtbaar.

Na het middagmaal – typisch Duitse kost! Kartoffelsuppe mit Bockwurst – wordt door Martin Hasselbach de werking van de Waldbesitzerverband Brandenburg e.V. uit de doeken gedaan, iets waarnaar een aantal van de deelnemers fel naar hebben uitgekeken.
Deze werd in 1990 opgericht met 9 boseigenaars (27 ha) en is vandaag uitgegroeid tot een vereniging met 2.270 leden en zo’n 110.000 ha. Aan de leden wordt een jaarlijkse bijdrage gevraagd: deze bestaat uit 10 € basislidgeld en bijkomstig 0,97 €/ha (voor eigenaars met meer dan 1.000 ha wordt vanaf de 1.000ste hectare 0,46 €/ha aangerekend). Deze ledenbijdrages zijn goed voor een input van ongeveer 100.000 €/jaar. Daarnaast is er nog jaarlijks 5.000 à 10.000 euro afkomstig van sponsorgeld uit de houtindustriesector.
De vereniging is volledig zelfbedruipend en zelfstandig. De Waldbesitzerverband is onafhankelijk van de overheid en eerder belangenverdedigend. De Algemene Vergadering telt 325 stemgerechtigden. Het principe van 1 man (of vrouw) – 1 stem wordt gehanteerd, onafhankelijk van de oppervlakte aan bos in bezit. Merk op, dat het verdedigen van belangenkwesties niet zozeer tot het takenpakket behoorde van de Forstbetriebsgemeinschaft (Fresdorfer Heide). Deze laatste, die eerder gericht is op praktijkgerichte ondersteuning, kan bijgevolg lid worden van de Waldbesitzerverband Brandenburg. De Waldbesitzerverband Brandenburg kan finaal gezien worden als de tussenpersoon tussen de boseigenaar en de politiek en beleidsmakers, of m.a.w. een overkoepelende vereniging met als hoofddoel een sterkere stem te hebben in de verdediging van belangen voor de boseigenaar. De Waldbesitzerverband neemt deel aan adviesraden en overlegfora voor alle deelstaten (dus zowel op het niveau van Duitsland alsook op Europees niveau). Er zijn 6 werkgroepen (o.a. omtrent jacht, hout, …) met resultaatverbintenis opgericht.
Verder heeft de Waldbesitzerverband Brandenburg ook een informerende rol naar zijn leden toe: via nieuwsbrieven worden deze laatste op de hoogte gehouden van trends en wijzigingen op vlak van beleid, wetgeving, e.a. De feedback van de leden op deze informatie dient dan weer als input voor de belangenverdediging naar de hogere niveaus. Het is trouwens de ambitie van de Waldbesitzerverband om, net zoals op regionaal, boven-regionaal en federaal niveau reeds het geval is, de werking op Europees niveau te verbeteren. Er wordt geijverd voor een aparte boscommissie (vandaag valt bos onder 4 verschillende commissies: milieu, energie, landbouw en plattelandsontwikkeling, en klimaat).

Het sluitstuk van de week is een bezoek aan de hoofdstad Berlijn. Normalerwijs gezien geprogrammeerd voor vrijdagvoormiddag, maar aangezien sommigen veel te enthousiast zijn, gaan we met een selecte groep reeds donderdagavond stappen in en rond de buurt Kürfürstendam. Dit deel van de stad behoort tot het voormalige West-Berlijn en dit is ook merkelijk zichtbaar aan de welvarend ogende gevels van gebouwen. Samen met onze stadsgidse, Erika Houthuys, verkennen we nog verder de  Spaanse keuken en genieten van rijkelijke schotels met allerhande tapas. Vrijdag trekken we vervolgens met de hele groep naar de buurt Mitte met prachtige plekjes zoals het bekende Unter den Linden, waar o.a. het operagebouw en de Humbold universiteit gevestigd zijn, Gendarmenmarkt, en wandelen we langs de Spree met uitzicht op de Berliner Dom, het Pergamonmuseum, en vele andere ontzagwekkende bouwschepsels. Wat opvalt is dat, ondanks dat Berlijn een immens grote, bruisende grootstad is, alles zo is (her)opgebouwd dat een gevoel van ruimte wordt gecreëerd.  Zo onder de indruk van de ruimtelijke structurering was ook een van de deelnemers:  “Berlijn is gebouwd om eeuwig te blijven bestaan”.

Met dank aan Dirk Meeus, Jos Gorssen en Patrick Meesters voor hun inhoudelijke bijdrage.
Foto’s: Martin Winnock (Inverde)


AANDACHT: De internet-browser die u gebruikt, voldoet niet aan de huidige internet-normen.
Daarom krijgt u deze sterk vereenvoudigde versie van de website te zien.

Site ontwikkeling door Quixpace bvba