Inverde

Dossiers

Excursie Argonne, 3-5 mei, 2010

Argonne-excursie 3-5 mei 2010


Met vijftien bosgroepleden, - sympathisanten en bosgroep(adjunct)coördinatoren trekken we begin mei naar de bosrijke Argonne. De eerste dag maken we kennis met de twee lokale Vlaamse beheerders van het bosdomein La Haie Guérin even ten zuiden van Sainte Ménéhould. Geert Bruynseels en Frederik Vaes voeren hier sinds drie jaar een beheeropdracht uit voor de familie De Pauw. Het bosdomein waarin we twee halve dagen doorbrengen beslaat een oppervlakte van 870 ha, waarvan het overgrote deel bestaat uit rijke loofhoutbossen en een 120-tal ha uit naaldhout, hoofdzakelijk Douglasspar en wat Fijnspar.

Het terrein is geaccidenteerd, met plateaus en diep ingesneden dalen met bronnetjes en beekjes en twee riviertjes Aisne en Biemme die het bos begrenzen. De naaste buren zijn ONF (Office Nationale des Eaux et Forêts) met het Forêt Domaniale de Châtrices in het zuiden en een Belgische beleggingsmaatschappij in het noorden (Fontaine d’Olives), beide grenzend aan la Haie Guérin. De bodems die voorkomen zijn zowel qua textuur als vochtigheid als gevolg van het reliëf en het substraat dat op variabele dieptes voorkomt heel divers. Voor het recent opgemaakte beheerplan werden niet minder dan 7 standplaatsen onderscheiden, alle met verschillende bodemkarakteristieken en bijgevolg ook verschillende flora (boomsoortensamenstelling en kruidachtigen). Het substraat bestaat uit een ijzerzandsteengesteente (gaize) dat dagzoomt op steile hellingen, met de armste standplaatsen als gevolg. Op de plateaus en de valleibodems ligt een leemlaag met variabele dikte maar met een hoge tot zeer hoge vruchtbaarheid. De vochtigheid kan lokaal sterk verschillen. Op de natste delen staan Elzen-Essenbossen met dominante hoogtes tot meer dan 30 meter. Op de steile hellingen staan Wintereiken-Beukenbossen. Op de plateaubodems is een rijke boomsoortengarnituur te vinden: Wintereik, Beuk, Gewone esdoorn, Gewone es, Zoete kers, Ruwe iep, Winterlinde, Grauwe abeel, Ratelpopulier, Ruwe berk, Zwarte els en een belangrijke begeleidende boomsoort: de Haagbeuk.

Deze laatste soort maakt meteen indruk op de groep: door zijn afmetingen (diktes) en zijn verzaging (tot brandhout). Langs de weg liggen geselecteerde stammen van Winterlinde. Toepassing: schoenleesten…in tijden van crisis blijken schoenen goed te verkopen. Deze houtsoort die door de Fransen wel eens als bois blanc bestempeld wordt (vulhout of minderwaardig hout) wordt voor deze nichemarkt nu duurder verkocht dan de Beuk. Binnen een 2 meter hoog raster op een halve ha zoeken we naar zaailingen van eik. Een twintigtal zaadbomen van Wintereik hebben tot twee keer toe een goed mastjaar geleverd sinds de kapping van het hakhout en de lichting van het kronendak. Veel vinden we er niet. Doelstelling van het raster: de impact van het wild op de verjonging aantonen. Er lopen hier zo’n 13 cervidae (reeën en herten) per 100 ha rond. Om aan bosbouw met eik te denken mag het aantal niet boven de 6 stuks per 100 ha liggen. Dan mogen we nog niet vergeten dat er ook nog everzwijnen wroeten naar regenwormen en eikels.

De toon is gezet: de (Winter)eik en het beheer op deze soort loopt als een rode draad door de driedaagse: planten binnen een houten raster, aangevuld met elektriciteit, planten in 1,8 meter hoge plastic kokers en toch lokaal geslaagde verjongingsgroepen van deze soort na de storm van einde 1999. Ongeveer 20% van de bosoppervlakte is tijdens die orkaan tegen de vlakte gegaan. De vraag om aan de slag te gaan met (natuurlijke) verjonging van Wintereik is ten dele beantwoord, tenminste de technische aspecten. De hamvraag blijft welke inspanningen verantwoord kunnen worden. Opbrengsten uit het privé-bos zijn belangrijk voor zover ze kosten van het beheer dekken. De huidige houtvoorraden geven voorlopig voldoende garanties voor de komende jaren. Alleen zal de volgende bosgeneratie spectaculair veranderen als de huidige wilddruk blijft aanhouden. De Beuk zal steeds dominanter worden in de verjonging en kan als schaduwsoort door het kronendak van alle andere boomsoorten heen groeien. Hout zal er dus wel blijven groeien, het risico is dat de diversiteit spectaculair zal afnemen. Maar dit zijn allemaal prognoses die van vele variabelen en onbekenden afhangen. Merkwaardig genoeg doet de Winterlinde het goed in de verjongingen. Zitten zijn regeneratievermogen en zijn schaduwverdragend karakter er voor iets tussen, of is hij net iets minder lekker dan de Zoete kers, de Gewone es, de Gewone esdoorn en de Haagbeuk? Superkwaliteit van Zoete kers? Het geheim zit hem in de Haagbeuk. Als schaduwgevende en schaduwverdragende boomsoort begeleidt hij hier deze edele boomsoort: snelle takreiniging en voorkomen van waterlot (bij de eik) kunnen fineerkwaliteit opleveren. Zijn strooisel breekt makkelijk af en op die manier houdt hij de bodemvruchtbaarheid op peil. Jammer dat zijn hout voor het ogenblik geen hoogwaardiger toepassing kent dan brandhout. 
We wandelen langs de Aisne: we ontdekken prachtige, knoestige Steel- of  Fladderiepen met waterlotgezwellen en plankwortels, machtige Zwarte elzen met diameters van meer dan een halve meter. Opvallende planten die we terugvinden zijn Witte rapunzel, Bosvogelmelk en Herfsttijloos, Bosanemoon, Slanke sleutelbloem. De regenroep van de vink wijst ons op het wat sombere koele weer, maar verder zit de sfeer goed in de groep.

De volgende ochtend vertrekken we vanaf de Arbre du roi de Rome het bos in: de Côte à l’échelle doet zijn naam alle eer aan: meer glijdend dan stappend dalen we af naar de vallei van de Biemme. Op de colluviale en alluviale bodems vinden we de rijkste boomsoortensamenstelling van het hele bos terug: Ruwe berk, Zwarte els, Zomereik, Wintereik, Gewone esdoorn, Veldesdoorn, Gewone es, Zoete kers, Ratelpopulier, Haagbeuk, Beuk in intieme menging. Het voormalige middelhoutbeheer met dikke eiken is herkenbaar. Daarnaast kijken we onze ogen uit bij al dat andere fraais. Hoe gaan we hier beheren en op welke doelsoorten: toekomstbomen aanduiden in drie groepen. Twee van de drie groepen kunnen de verleiding niet weerstaan om toch de eik als hoofdboomsoort voor de toekomst te kiezen. En wat dan met die andere pareltjes: Gewone esdoorn, Zwarte els, Zoete kers… Wanneer gaan we de doelsoorten oogsten, hoe kunnen we het aandeel van de zeldzamere en gewenste soorten als Zoete kers, Gewone esdoorn,… op peil houden? Dit is hogeschoolbosbouw zeggen onze noorderburen die een week eerder op bezoek waren. We klimmen via een oude bouwsteenwinning weer naar het plateau en bewonderen de dikke eiken en Beuken. De bosstructuur is mooi: gevarieerd maar vooral gedomineerd door de Beuk in de verjonging…

De namiddag begint koud en lawaaierig. Koud in de snerpende noordenwind op de stapelplaats van één van de producenten van merrain de France. Kwaliteitsstammen van eik worden hier gekloven en verzaagd tot duigen die later in tonnenmakerijen tot wijnvaten worden verwerkt. Vijf m³ kwaliteitseik geeft straks één m³ wijnvat. Elke avond worden vingers en ledematen geteld na het stilleggen van kloofmachines en lintzagen.

Na deze marteling van trommelvliezen gaan we uitwaaien op een kalkgrasland niet zo ver van Verdun. Ondanks de gure wind vergapen we ons aan bloeiende kleinoden als vleugeltjesbloem in blauwe en witte uitvoering, Kleine pimpernel, Gulden sleutelbloem, Hauwklaver, Purperorchis, Kruipbrem. Jeneverbesstruwelen met Wollige sneeuwbal, Elsbes, Meelbes, Gelderse roos, Eénstijlige en Tweestijlige meidoorn, Goudenregen, Wilde peer, Rode kornoelje, Gele kornoelje, Kardinaalsmuts en rozen geven een kleurrijk aspect aan de successiefase volgend op extensief beheerd grasland. Vele kleinoden verstoppen zich nog voor de koude noordenwind.
 
De laatste dag ontvangt José Fourreau van het ONF ons met een brede glimlach in ‘zijn’ Forêt Domaniale de Châtrices. Doelsoort in het beheerplan is de eik, zowel de Zomereik als de Wintereik. De aanplantingen na de storm van 1999 hebben last van… wild. De soort die bij voorkeur eerst wordt begraasd is de Haagbeuk: vulsoort en afleiding bij uitstek voor herten en reeën. Inboeten blijft de boodschap: als de beoogde minimumaantallen van 700 stuks per ha niet gehaald worden, kan ook hij naar zijn subsidies fluiten. Natuurlijke verjongingen van 25 tot 60 jaar geleden laten ons zien hoe overvloedig deze wel waren. Verklaring: lage wilddruk en hoge arbeidsinzet. Efficiënt gebruik van arbeid en middelen hebben ertoe geleid dat vrijstellingen tot een minimum worden herleid. Désignation of het aanduiden van elite- of toekomstbomen moeten het markeren van dunningen zo snel en efficiënt mogelijk laten verlopen. De nevenetage en het behoud ervan met name van de Haagbeuk als begeleider van de elitebomen is essentieel. Het aanbrengen van kruidenrijke bermen en cloisonnements moeten de ‘grote grazers’ van de eik weghouden.

We sluiten ons bezoek af in de snerpende wind die van over de viskweekvijvers in ons gezicht slaat. 5 ton vis per ha wordt hier jaarlijks geoogst: karper, zeelt, rietvoorn, snoek, baars. Deze vertrekken als pootvis naar de Semois in België. De ecologische waarde van deze vijvers is hoog: Zwarte wouw, Grote zilverreiger en vele andere watervogels, insecten en planten vinden hier een rustig onderkomen.

Les Faux de Verzy zijn een gek gezicht op onze laatste namiddagstop huiswaarts: treurvormen, liggende en halfopgerichte vormen, kreunende vormen … Op de bovenste foto staat de groep trouwens voor zo'n Faux. Een mooie afsluiter van deze driedaagse waarop niet alleen over bomen, bossen en plantjes werd gepraat, maar waar het ook gezellig toeven was in een vriendschappelijke sfeer.

 


AANDACHT: De internet-browser die u gebruikt, voldoet niet aan de huidige internet-normen.
Daarom krijgt u deze sterk vereenvoudigde versie van de website te zien.

Site ontwikkeling door Quixpace bvba