Op 16 en 17 juni bezochten we met 15 mensen van het Agentschap voor Natuur en Bos, in het kader van hun permanente vorming, het Emscher Park in Duitsland. Emscher Park is de groene long van het Ruhrgebied, het industriële hart van Duitsland en bij uitbreiding West-Europa. Men is er op een heel inventieve manier omgesprongen met het industriële erfgoed, zodat het Ruhrgebied van een gehavend landschap, een troosteloze grijze woestenij stap voor stap verandert in een aangename leef- en werkomgeving. Het doel van deze tweedaagse trip was ideeën opdoen over het beheer van de groene ruimte in de ons omringende landen en die ook meenemen naar de werking van ANB.
Klik hier voor het fotoverslag
De as van het Emscher Park is de rivier de Emscher, die door meer dan 100 jaar zware industrie een open riool met zwaar vervuild water was geworden. Deze loopt evenwijdig met de Ruhr, ten noorden van deze rivier die het Ruhrgebied zijn naam gaf. In 1989 werd hier gestart met de Internationale Bau-Ausstellung (IBA) Emscher Park, een ‘bouwexpo’ die in 10 jaar tijd moest zorgen voor een herwaardering en herdefiniëring van het Emscherdal. Deze IBA was in feite een verzameling van meer dan 100 projecten, die zich samen uitstrekken over meer dan 70 km of 320 km².
De eerste excursiedag bracht ons ’s voormiddags in het Rheinpark, een gloednieuw park op de oevers van de Rijn. Dit project maakt geen deel uit van de oorspronkelijke IBA (het werd pas dit jaar gerealiseerd), maar het past wel in de filosofie van het Emscher Park en het biedt een mooi tegengewicht voor het Landschaftspark Duisburg-Nord, dat in de namiddag op de agenda stond. Op de site van het Rheinpark stonden tot 2006 de gebouwen van een koperverwerkende fabriek. Op het noordelijk deel van het projectgebied, waar een nieuwe woonwijk moet oprijzen, staat trouwens nog steeds een staaldraadwalserij van Arcelor-Mittal. In dit park is gekozen voor de afbraak van het overgrote deel van de industriële elementen en voor een volledige, sterk architecturale aanleg van het park. Er is gespeeld met reliëf door de vervuilde grond op grote hopen te schuiven en die zeer strak af te werken, zodat er een spel ontstaat van verhoogde en verlaagde grasvlakken en verzonken wegen. Zo is men er trouwens ook op een ingenieuze manier in geslaagd om het goederenspoor dat dwars doorheen het park loopt, volledig te verhullen. Door bruggen en tunnels wordt dit deel van het park verbonden met de Rijnoever, waar een heus zandstrand is aangelegd. Hier en daar in het park is een stukje industriëel erfgoed geïntegreerd, bijvoorbeeld als achtergrond voor het skatepark, dat bij mooi weer tientallen jongeren naar dit nog jonge park lokt.
In de namiddag stond hét uithangbord van Emscher Park op het programma: het Landschapspark Duisburg-Noord. Op deze site van meer dan 200ha werd tot in 1985 staal geproduceerd in een van de hoogovens van Thyssen. We werden in het park rondgeleid door de beheerder en een onderzoeker van het ‘biologisch station’, dat op een wetenschappelijke manier het Emscher Park opvolgt. Het opmerkelijke aan dit park is dat er, in tegenstelling tot het Rheinpark, quasi niets is aangelegd. De industriële site is grotendeels gewoon overgelaten aan de natuur, alle industriële installaties zijn nog aanwezig en zelfs beschermd als monument, terwijl de meeste gebouwen een nieuwe bestemming hebben gekregen als evenementenhal of kunstgalerij. Enkele blikvangers zijn de 70m hoge hoogoven, van waarop je als bezoeker een fantastisch overzicht hebt op Duisburg en een groot deel van het Ruhrgebied, en de vroegere gastank, waar nu een duikclub huist in 20 miljoen liter water, inclusief vliegtuigwrak op de bodem. Maar naast deze blikvangers, bestaat het gebied vooral uit open ruimte: verlaten mijnsites en spoorwegbeddingen, waar de natuur zijn gang kan gaan volgens een opmerkelijk principe: alles wat er wil groeien is er ook welkom. Er wordt zo goed als niet ingegrepen in deze ‘industrienatuur’ (hoogstens waar een berk de industriële installaties of een zeldzame vegetatie bedreigd), maar de successie wordt wel van zeer nabij opgevolgd door het eerder genoemd biologisch station. Dit geeft een bizar, maar zeer interessant beeld, waar een natuurlijke vegetatie zich vermengt met verwilderde cultuurplanten, door de warme bodem zelfs vaak zuidelijke soorten.
Op dag 2 stond eerst een algemene uitleg over het Emscher Park op het programma in de Gehölzgarten Ripshorst. Dit is een arboretum waar men vertrokken is vanuit de verschillende geologische tijdvakken om het geheel op te bouwen. Daar kregen we door een heel uitvoerige uitleg een beter beeld op de ontwikkelingen van het hele Ruhrgebied, van de eerste ambachtelijke steenkoolwinning, over 100 jaar kolen-en-staal-industrie en het ineenstorten daarvan tot de recente ontwikkelingen van het Emscher Park. Hierbij kwam ook de beleidsachtergrond uitgebreid aan bod. Opmerkelijk is het vertrekpunt dat het hier niet de bedoeling is het landschap te reconstrueren (daarvoor is het te sterk beschadigd), maar om een compleet nieuw landschap te creëren, met duidelijke linken naar de industriële geschiedenis ervan. Ondanks het feit dat de IBA reeds 10 jaar is afgelopen (en dus ook de internationale weerklank van de IBA), zijn de meeste projecten ervan springlevend en zijn er ontelbare vervolgprojecten op poten gezet in de geest van het Emscher Park.
Onderweg naar onze volgende stop maakten we een tussenstop bij een van de ‘landmarks’, grote kunstinstallaties op oude mijnterrils, die als doel hebben deze mijnterrils zichtbaar te maken in het landschap in plaats van ze te proberen verstoppen. Dit past in het idee van een nieuw post-industriëel landschap. Wij hielden halt bij de tetraëder, een stalen gevaarte van 50 meter hoog, dat ook kan beklommen worden, wat opnieuw een spectaculair uitzicht gaf. Van op de tetraëder waren aan de horizon ook andere ‘landmarks’ zichtbaar op andere terrils. Samen met de nog werkende hoogovens en industriële installaties en het groene netwerk van Emscher Park gaf dit een mooi totaalbeeld op de hier gehanteerde filosofie.
Als afsluiter gingen we langs in de Academie Mont-Cenis, een zeer ambitieus project waarbij een opleidingscentrum van de administratie, samen met enkele gemeentediensten en horeca, een plek kreeg op een oude mijnsite onder een glazen ‘kap’ met zonnepanelen. Het volledige project is opgetrokken volgens de principes van duurzaam bouwen. De overkapping is opgetrokken in lokaal hout en is volledig bedekt met zonnepanelen. Het restgas uit de mijn, dat op natuurlijke wijze opborrelt, wordt gebruikt voor de verwarming van de volledige wijk, inclusief bib en ziekenhuis, terwijl de afkoeling van de gebouwen gebeurt door koude lucht ondergronds naar binnen te zuigen. Onder de glazen overkoepeling heerst er een mediterraans klimaat, wat het tot een aangename werk- en woonomgeving maakt. Wat ons vooral verbaasde was de omgevingsaanleg, die in tegenstelling tot de plannen, volledig werd uitgevoerd in naakte stenen, wat een soort maanlandschap oplevert. Alle vegetatie wordt zelfs actief geweerd. Het gebouw staat hier duidelijk op de eerste plaats en het groen is daarvoor moeten wijken.
Op 2 dagen tijd hebben we samen met de lokale beheerders even kunnen proeven van enkele projecten van de IBA Emscher Park en stilstaan bij de gehanteerde filosofie en instrumenten. Maar meer dan een glimp hebben we niet kunnen opvangen van dit gigantische project. Deze aangename kennismaking nodigt zeker uit tot meer, in het Emscher Park zijn nog ontelbare ontdekkingen te doen en nog veel meer ideeën op te doen. Deze excursie was slechts een eerste aanzet tot de exploratie van dit prachtige gebied, op slechts dik 200km van Brussel.
Deze excursie werd mogelijk gemaakt door de steun van Wissel-leren, het stimuleringsproject Innovatie van de Vlaamse Overheid.
Tom Joye, Inverde