Inverde

Bomen en verharding

Bomen vervullen heel wat functies in onze verstedelijkte omgeving. De eisen die bomen stellen aan de ondergrond zijn echter vaak totaal tegengesteld aan de eisen van verharding. Bomen vragen een structuurrijke, losse en luchtige grond met voldoende organisch materiaal. De ondergrond voor verharding moet sterk verdicht zijn, met zo weinig mogelijk nazakking (en dus verterend organisch materiaal). Jammer genoeg trekken de bomen (uit onwetendheid bij ontwerpers?) meestal aan het kortste eindje: ze staan in een bloempot van enkele kubieke meters grond in een woestijn van beton en asfalt. De kwaliteit van het bomenbestand op veel plaatsen is dan ook navenant: te kleine, kwijnende bomen die nooit het eindbeeld halen waarvoor ze aangeplant werden.

Doorheen de jaren is men op zoek gegaan naar manieren om bomen en verharding te combineren. Eerst in de vorm van bomenzand, een compromismateriaal dat net genoeg verdicht kan worden voor een lichte verharding en waar een boom nog net in kan wortelen. Niet ideaal, maar een stap vooruit voor de bomen. Doorheen de jaren zijn daar allerlei skeletbodems en bomengranulaten bijgekomen die ook zwaardere verharding mogelijk maken. En de laatste jaren wordt meer en meer geëxperimenteerd met ondergrondse groeiplaatsen die speciaal voor bomen ontwikkeld en aangelegd worden.

In een artikel in het Praktijkboek Publieke Ruimte 2009 van Steunpunt Straten geeft Tom Joye een overzicht van de problematiek en de mogelijke oplossingen: Doorwortelbare ruimte in verhardingen.

In 2009 organiseerde Inverde een studiereis naar Amsterdam om de toepassing van ondergrondse groeiplaatsen toe te lichten. Een verslag lees je hier.


AANDACHT: De internet-browser die u gebruikt, voldoet niet aan de huidige internet-normen.
Daarom krijgt u deze sterk vereenvoudigde versie van de website te zien.

Site ontwikkeling door Quixpace bvba